Het leek wel een marktplaats daar op de gang bij de huisarts. Ik meldde me aan bij de receptie, en mocht plaatsnemen in de wachtkamer. Maar waar? Ook daar was het overvol. Twee kinderwagens stonden symbolisch gebarricadeerd en verhinderden de weg naar een leeg plekje. Dat geeft in ieder geval aanleiding om een kort gesprekje aan te knopen.

Ik ging ergens zitten, en mijn smartphone maakte een piepgeluid. Ik keek er even kort naar, en deed het geluid van de iPhone uit.

Opeens was daar die paar ogen die zich achter mijn telefoon verschool. Een meisje van een jaar of 3, die met een ondeugende blik aandacht vroeg. Ik lachte naar haar. En ze deed haar hand over haar mondje achter een verscholen glimlach. Haar guitige Shirley Temple glimlach – als was ze zo uit die film gestapt – deed gelijk vertederen. Binnen enkele seconden wist dat kindje mijn zenuwen over dat gesprek met de huisarts als sneeuw voor de zon te laten verdwijnen.

Ze pakte een boekje van de tafel en bracht het me. Ik sloeg het open en deed even gek met haar. Ik wees op een foto uit het boek en sloeg ook mijn hand voor mijn mond en lachte. Ze kopieerde elke handeling. En God mag weten waarom ze mij uitkoos in deze drukte in de volle ruimte.

Er kwam een drietal volwassenen binnen, die ook een plaatsje zochten. Dus stond ik op om hun ruimte bieden, en nam elders plaats naast een andere kinderwagen. Het kindje dat in deze wagen lag, was overduidelijk ziek getuige de in- en in witte gelaatskleur. Ik zwaaide even kort naar haar, maar ze had er geen zin in. Integendeel, haar gezicht stond bijna op huilen. Ik besefte dat ze geen behoefte had aan contact, anders dan met haar moeder.

Onderwijl liep kindje-één af en aan en flirtte nog steeds met me. Ze speelde dat spelletje waar ze wegliep en terugkwam, en elke keer als ze wegliep blies ik haar een kusje toe. Ook dat kopieerde ze en het gegiechel en in de wachtruimte steeg op. De ambiance werd er direct een stuk beter op. Haar spontaniteit in het nadoen van acties was zo lief en hartveroverend dat ik haar wel even wilde knuffelen. Toch doe je dat niet, want je realiseert je dat je daarbij een norm overschrijdt.

Needless to say, scheen daarom de wachttijd van vijfentwintig minuten te lijken op maar vijf minuten. En toen ik eenmaal door de dokter werd geroepen, blies ze me als vanzelf weer een kusje toe.

Eenmaal weer thuis, liet ik mijn wachtkamer avontuur weer even passeren. En vroeg ik me in stilte af hoe deze twee kindjes, die twee kleine schavuiten, zo allebei heel verschillende persoonlijkheden konden vertonen. Allebei waren ze even aandoenlijk qua uiterlijk. En allebei hadden ze hun eigen karakter, zo vroeg in het leven al. Allebei waren ze geheel zichzelf, op hun eigen manier. Waarschijnlijk onbewust reeds in staat te beseffen dat er anderen genoeg zijn.