De meeste mensen in mijn buurt weten het reeds. Ik ben die vrouw die ‘zónder hond’ wandelt. En ergens vind ik dat van de gekke, waarom zou je immers een hond moeten hebben om te mogen of kunnen wandelen. Zomaar, spontaan, erop uittrekken, dat levert me elke dag weer een zee aan inspiratie op.

En dat betreft niet alleen de schrijverij, want ik sta de fluisterende wind toe me een bepaalde aanpak te adviseren of juist even te genieten van het grote niets. Ik praat nog nét niet tegen bomen, so not to worry.

Ik laat het instinct van mijn voeten bepalen welke richting ik wandel. En kijk niet naar de tijd. Dat levert vaak de meest leuke en interessante situaties op. Naast dat je te weten komt wat er allemaal in je buurt speelt. Omdat je een half uur van je dag even geen doel hebt, geen wezenlijk eindpunt van bestemming, behalve de zekerheid dat als je maar steeds rechtsaf slaat, je uiteindelijk toch weer thuis arriveert.

Gisteren liep ik te wandelen en verderop stopte een klein joch van een jaar of zeven met fietsen. Hij keek eens naar beneden en bleef in dezelfde houding staan. Toen ik hem voorbij liep, vroeg ik of alles goed was. Maar hij keek moeilijk en zei dat zijn voet vastzat. Zijn losgeraakte veter was om de pedaal heen gedraaid. Het was echter niet tot hem doorgedrongen dat hij zijn schoen uit had kunnen doen om zo zelf het probleempje op te lossen. Dus hielp ik hem los te komen.
De stralende glimlach en het ‘dank u wel’ ter conclusie maakten de rest van mijn dag er een van vrolijkheid.

Vaak heb ik de leukste gesprekken ook met mensen mét hond of zomaar een wildvreemde. Al zie ik ze bijna altijd speuren naar waar mijn hond dan blijft, ik geniet elk moment van dat buiten zijn en het volgen van mijn voeten waar ze ook heen willen gaan…