Het zijn maar kleine dingetjes die het hem doen. Een deur voor iemand openhouden. Iemand complimenteren over zijn kleding, schoeisel of haardracht. Een babbel beginnen over het weer. Of gewoon zeggen, lukraak, dat je denkt dat je jezelf die avond nog gaat bezatten met een big smile van heb ik jou daar.

Het is het soort gesprek dat je verwacht van ouderen, inderdaad. Maar ik maak er tegenwoordig een gewoonte van. In de lift, in de trein – over zijn bevindingen over zijn merk smartphone – of in de supermarkt, of als iemand me op een elektrische fiets voorbij placht te scheuren. Gewoon ieder ander mens bejegenen met een stukje vriendelijkheid. Dat krijg je tienvoudig terug, ooit.

In het begin kijkt men dan nog heel raar op. Men verwacht het namelijk niet. Men verwacht van die ander dat die net zo gepreoccupeerd is over zijn eigen leven.

In wezen por je die ander weer even wakker. Uit zijn gedachten, zijn zorgen, zijn beslommeringen en richt je de aandacht even op jezelf. Meestal beantwoordt die ander dat in positieve zin. Meestal wel.

Het is net dat beetje beleefdheid wat je oproept in die ander. En als eenmaal blijkt dat je een weerwoord krijgt – of dat het bij die ander een glimlach oproept – heb je voor heel even dat gevoel van overwinning te hebben behaald. Of dat je die ander net dat ene prettige geluksmoment hebt bezorgd.

Zo staat me nog vers in mijn herinnering die dag dat ik straal-chagrijnig door het slechte weer tijdens onze vakantie uit de auto stapte bij dat benzine-station. Een wat oudere dame liep op me af, sloeg haar hand op mijn schouder en zei: ‘It’s a luv’ly day, today, luv’!’ Wat me terstond in lachen deed uitbarsten.

Dat is typisch zo’n moment dat ik nooit zal vergeten. Gewoon, omdat die vriendelijkheid me tegemoet straalde, en ik de zonzijde van dat moment voor heel even kon voélen. Niet gewoon ervaren, nee aanvoelen, doorvoelen en invoelen. Dat heet empathie, naar ik meen.