Ik ervaar overal kippenvel, dezer dagen. Op mijn armen, benen, schouders…
Het is alsof iets verbazingwekkends of engs me waarschuwt voor de nabije toekomst. In mijn hersenpan kan ik niet die innerlijke rust (her)vinden. Het lijkt alsof er een enorme storm woedt, en me omver zal blazen.

De Herfst – dat weet ik – is begonnen. En misschien zal ik toch dat extra vestje aan moet trekken.

De Herfst – voor mij – is normaliter een van de betere seizoenen. Ik houd van het spel daarboven dat de wolken spelen. Ik houd van de zon, die moet vechten voor een klein stekje waar tussen door het mag stralen. Ik vibreer mee op die altijd en oneindig veranderende scenario’s daarboven.

Vaak gedurende de dag, als mijn zwakke rug dat behoeft, vlei ik mezelf neer op mijn enorme sofa en bestudeer die prachtige prenten daarboven. Bovenal vertelt dat me dat niets ooit hetzelfde blijft.

Is dat dan wat me kippenvel oplevert, naast de intredende kou? Misschien is het omdat sinds kort alles opnieuw gedefinieerd werd. En ik wat tijd nodig heb om me aan te passen aan de veranderende omstandigheden. Al is dat zo niet wie ik ben. Normaliter.

’s Nachts word ik regelmatig wakker en krijg dan dat dringende gevoel diepzinnig over dat keerpunt te moeten schrijven, wat ik niet doe. Schrijven over mezelf is immers niet langer een uitdaging. En nogal saai bovendien. Al mis ik die ouderwetse momenten des morgens vroeg, toen ik nog over alles aan ervaringen mocht schrijven.

Soms ook denk ik dat een van de goden me heeft ingefluisterd niet langer over mezelf te schrijven, maar dat in een andere vorm te gieten. Alsof mijn geestelijke aftakeling – wat lijkt op dementie – reeds heeft ingezet. Alsof ikzelf er niet langer toe doe. Omdat dat de zoete wraak van het brein is om de wereldse problemen om je heen – maar bovenal jézélf – dan eindelijk voorgoed te vergeten…