Ik ben die vervaarlijke knuffelaar die rechtstreeks door je aura wil springen en knuffelen. Aan sommige mensen zie je dan, gelijk, dat je té dicht bij komt en deinzen achteruit. Dat aura, dat wil wat. En blijkbaar zou ik met een rode lipstick de tekst ‘Knuffelen?’ op mijn voorhoofd moeten schrijven. Weet men waar men aan toe is.

Want bij die achteruit deinzende aura-keepers slaat mijn brein gelijk op hol, en what’s worse, in paniek. Ik leg ook graag mijn hand even op je knie en aai je liefst totdat ons beider behoefte aan het dan vrijkomende hormoon oxytocine geheel bevredigd is. Waarschuwing: dit is een typisch ‘feel good’ artikel.

Ooit werkte ik bij een wat uit de kluiten gewassen advocatenkantoor. En had een senior advocaat alsook een kandidaat, waarvoor ik klussen uitvoerde. De sr advocaat was altijd relaxed, maar die kandidaat was overduidelijk erg ambitieus. Ik kon op geen enkel niveau een connectie met hem krijgen. En toen, op een mooie dag, toen onze band niet erg floreerde, zeg maar, waagde ik het mijn hand even om zijn schouder te leggen, hem een soort knuffel te geven. Hij schrok daar zo van, dat hij spontaan een klacht indiende wegens ‘ongewenste intimiteiten’. Ik moest me verantwoorden in een gesprek, met mijn leidinggevende erbij. Dat leidde tot niets, behalve dan dat deze man wel wat losser werd in zijn relaties naar andere collega’s toe. Nog steeds niet bij mij, maar stilletjes mocht ik toch constateren dat het dan in ieder geval ‘iets’ had gedaan met hem richting anderen. Eigenlijk ben ik wel benieuwd of deze man er uiteindelijk beter van is geworden.

Nog steeds heb ik met vlagen de neiging om iemand te knuffelen als er zich een situatie voordoet, waarbij de ander ietwat hulpeloos kijkt. Soms moet ik mezelf dan echt inhouden. Niet iedereen kan het waarderen, immers.

En natuurlijk moet je iedereen nemen, zoals hij is. De vraag die bij mij steeds plopt is, maar moet je dat zo laten?