Laconiek deed ik de kroegdeur open. En voelde de warmte van de massa in de kroeg. Ik wurmde mezelf tussen het publiek door richting bar. Langzaam liet ik mijn jas van mijn schouders glijden en nam plaats op een barkruk. Eigenlijk wist ik niet of het wel zo verstandig was geweest om in mijn up te gaan. Al had ik die hele avond dat gevoel gehad om mezelf al dansend op de bar en/of piano te begeven. Of spontaan mee te doen met iets onzinnigs als Karaoke.

Voorzichtig keek ik eens om me heen naar het aanwezige publiek. De meesten waren in hun luidruchtige en ietwat lacherige gesprekken verwikkeld. Ergens stond een fris en fruitig setje elkaar af te lebberen. De trays met bier werden over de hoofden gedragen en de restanten bier zeken ervan af. De volgende dag zou men op afstand nog kunnen ruiken waar ik geweest was, maar dat kon me eventjes niet schelen.

Aan het eind van de bar zat een snoodaard in z’n eentje aan een whisky en rolde een shagje.

Plots voelde ik me erg verwant aan deze eenzame kroegbezoeker, maar schudde het van me af toen de barkeeper met een knipoogje vroeg wat hij deze avond voor me kon betekenen. Ik gaf hem van repliek door ongegeneerd terug te flirten. En bestelde een biertje, die met een rasse actie geprepareerd werd en voor mijn neus gezet.

Ik nam een lange teug van het bocht en liet het stevig op me inwerken. Gelukkig speelde er goede muziek, dat een oneindige strijd leek aan te gaan met het rumoer.

En toen spotte ik hem. Of hij spotte mij, laat dat vooral in het midden blijven. En zag ik dat hij zich een weg baande richting mijn vaste stek aan de bar. Soms komen onbekenden je zo vertrouwd voor. Dus hadden we een geanimeerd gesprek over het weer, mijn nietszeggende houding ten aanzien van de politiek en overige maatschappelijke dilemma’s, en uiteindelijk mijn lust en leven, dat geweldige single bestaan van mij.

We hielden contact met elkaar door ons geheel te verliezen in elkaars poppetjes van de ogen. En oh man, wat had hij een paar mooie bruine kijkers. Naast zijn beginnende bierbuikje had hij een natuurlijke aaibaarheidsfactor.

Toch dwong ik mezelf om ruimschoots van tevoren te beslissen dat ik hem liever niet mee naar huis zou nemen. Al deed hij nog zo zijn best om me op andere gedachten te brengen.

Hij gaf me uiteindelijk met een diepe zucht van teleurstelling zijn telefoonnummer op dat viltje, die ik zal bewaren voor slechtere tijden…