Mijn smartphone is me liever dan een een camera, dacht ik onlangs, toen ik mijn licht eens deed schijnen op die grappige toestelletjes met WiFi-capaciteit. Het blijkt dat die WiFi een soort van netwerk creëert waarmee je je foto’s bijvoorbeeld naar je smartphone kunt sturen. Nee, dacht ik, dan kun je het beter bij je smartphone laten. Die heb ik tenminste altijd bij me.

Vooral toen ik plotseling ontdekte dat je helemaal niet eerst je toegangscode en een foto-app hoeft op te starten om een foto te maken. Ja, ik ben er zo een. Iemand die nooit iets van een gebruiksaanwijzing leest. En ik heb deze smartphone, nu zo’n zegge en schrijven, minstens drie jaar.

Iemand die dus vlak voor het sneuvelen van een apparatus terriblus pas alle facetten kent. Veels te laat, maar dan toch wel met proefondervindelijke gewaarwording, zeg maar.

Zo sprong vandaag het licht in de berging kaduuk en ging ik driftig op zoek naar een zaklantaarn, want hoe vervang je immers anders een lamp in het pikkedonker? Een aardige buurman die me even terzijde stond, greep naar zijn smartphone en drukte op een knopje, met als resultaat dat geweldige lantaarneffect. Ik sta dan versteld van zulks een briljantie.

En ja, dan ga ik natuurlijk ook ‘es zoeken op die smartphone van mij. En blijkt… Die heeft dat ook.

Ik heb me vanavond opnieuw zitten verwonderen over mijn eigen lichtheid. En ben nu zover gekomen dat ik er een handleiding bij heb gepakt.

Het duurt even, maar dan heb je ook wat…