Ondanks mijn continue neigingen tot keten tijdens de wat saaiere vakken zoals Wiskunde, was deze lerares er een van buitenproportionele welwillendheid. Ze leek me altijd met één blik te doorgronden. Misschien vergaf ze me mijn gestuntel dan ook wel vanwege haar liefde voor het lesgeven. Misschien kon ze zelfs écht houden van obstinate pubers.

Nu jaren later weet ik ook waarom ik zat weer eens zat te grinniken als hetzij mijn vader dan wel mijn grote broer me die oerbeginselen trachtten bij te brengen. “Logisch,” was het immers, terwijl ik op een leeftijd was dat ik alles ‘im großere Fragen stellde’.

Misschien was het wel die krachtmeting tussen mijn hoopgevende verbeeldingskracht en dat teleurstellende van de realiteit dat Logica is…