Je kent ze wel, die types. Als ze binnen komen, verspreiden ze gelijk een overweldigend soort van autoriteit. Ze hebben jouw leeftijd, hetzelfde meegemaakt min of meer, mag je aannemen. Maar toch, in hun gesprek met jou proberen ze soort van overwicht uit te oefenen. Ze adviseren, en opperen hun raadgevingen, naar lievenlust.

En je doet nog zo je best om alles ter harte te nemen, want ook jij hebt de beste intenties voor wat betreft het in stand houden van relaties.

Toch wringt het soms. Want, al weet je dat ze het goed met je voor hebben, die adviezen die heb je niet echt nodig, of pleeg je naast je neer te leggen omdat ze dat kleurtje hebben dat riekt naar eigen ervaringen van die ander. En andermans ervaringen hoeven immers niet noodzakelijk jouw eigen ervaringen te zijn, immers.

Volg je het nog?

Ik voel me op mijn gemak bij vriendinnen en kennissen, en ik ben volledig mezelf. Ik voel de noodzaak te luisteren, mee te voelen, empathie te tonen, samen te lachen en te huilen vanwege juist: die lach en de traan des levens. Ik vibreer – al is het maar voor heel even – mee met die ander. Ik leef op, bij het vertrouwen dat men me schenkt. Ik voel me altijd weer kiplekker als er gezelligheid was, en kan niet haast niet wachten op een vervolgafspraak.

Maar… Er zijn dus ook mensen waarbij ik me minder op mijn gemak voel.

Dat zijn die mensen waarover ik deze blogpost begon. De mens die zichzelf zo weinig openstelt, maar – juist in tegendeel – altijd weer probeert niet per se die medemens te zijn, maar een poging waagt dat overwicht op jou uit te oefenen. En die als persoon altijd weer adviezen plempt of oppert dat je dingen anders moet aanpakken, zonder daarbij ook maar iets van hun eigen twijfels en kwetsbaarheid te laten zien.

Dus… Misschien stel ik me te kwetsbaar op, als soort van medemens?

Hoewel ik altijd weer mijn houding wil herzien – indien noodzakelijk – want ik besef dat ook ik niet perfect ben, kan ik wikken en wegen aangaande de in eerste instantie afwezige ‘klik‘. Ik kan vreselijk boos worden als men me niet in mijn waarde laat. Voel me dan enigszins gedesoriënteerd. Weet niet meer wat mijn positie ook alweer was. Ik keer terug naar mezelf en verwijt mezelf dat ik me laat ringeloren door iets van een ‘klik’. Eigenlijk kan ik het woord ‘klik’ niet meer hóren. Ik wil daar helemaal niet mee bezig zijn.

Als ik niet kan opschieten – of daaraan twijfel – met die ander, leg ik dat verwijt altijd weer bij mezelf neer.

Kan het ook anders, vraag ik mezelf dan af?

Misschien moet je juist proberen door te dringen tot die ander? Misschien moet je met een of andere kwinkslag proberen te achterhalen hoe en waarom ze toch steeds weer tot dat advies komen. Misschien moet je gewoon het lef hebben – het leven bestaat immers uit lef tonen – te morren aan hun raadgevingen door ze vragen te stellen waarom het zo belangrijk voor hen is, louter adviezen te verstrekken. Door diep te gaan en te vragen wat ze hebben meegemaakt, en waarom het voor hen van belang is, waarom ze denken dat dat advies ook voor mij zal werken.

Net zoals je een blogpost pent, altijd weer de achterliggende reden proberen te achterhalen:
Wie, wat, waar, hoe en waarom?

Doet me denken aan het liedje Love Rescue Me van U2:

I’ve conquered my past
The future is here at last
I stand at the entrance
To a new world I can see
The ruins to the right of me
Will soon have lost sight of me
Love rescue me