Ze fietsen je zo voorbij op hun gemotoriseerde stalen ros. Zijn vele malen ouder, natuurlijk, wat nog een beetje dat excuus is om zo’n e-bike te mogen rijden. Al kijk ik ook vaak in jongere gezichten als ik me weer eens verwonder hoeveel malen leniger ieder ander lijkt te zijn. Want ergens voel ik me dan weer die bespottelijk luie donder die geen centimeter vooruit lijkt te komen.

Het moest niet mogen.

Mijn moeder heeft ook zo’n tweewieler met motor en accu staan, en zegt dat ik het ‘ding’ rustig mag gebruiken. Maar ik doe hét niét. Ik zweer erbij dat ik mijn lome derrière die dagenlang vertoeft achter die pc en mijn stramme ruggengestel af en toe danig aan het werk moet zetten. En heus, ik vind dat niet leuk. Al mijn hele leven lang heb ik een broertje dood aan deze ene uitvinding. Naast het strijkijzer, maar dat terzijde.

Maar als ik mijn moeder al eens vergezel als zij haar scootmobiel bestijgt, dan moet ik wel. Want haar bijhouden op een gewone fiets is niet te doen. Soms duikel ik bij het opstappen dan gelijk over het stuur, want zo’n e-bike gaat direct op snelheid. Dan balanceer ik heel even tussen tuimelen en stabiliseren, want het is nog best een Kunst om jezelf niet voorbij te scheuren. Snap daarom ergens niet, dat er niet zoveel ongelukken voorkomen of ik hoor daar niets over, dat kan ook.

Nee, dan verzucht ik blij te zijn mijn eigen fiets op te klauteren en moeizaam vooruit te komen in standje 3 van de versnelling. Dan jammer ik als ik automobilisten zie grijnzen van genot, als ze vlak naast je scheuren door die plas regen waardoor jij als fietser je mag verkneukelen door hoog opspattend water, gedurende de herfst. En vloek ik als ik moet glibberen door ijldunne paadjes sneeuw, tijdens die zeldzaam voorkomende strenge winters hier ter lande. En dat er dan ook nog mensen zijn, die je zonder pardon voorbij scheuren als zeiden ze: “Tralila, kijk mij eens sportief motoren!” Kom op, zeg.

Nee e-bikers, neem dan gewoon een auto, dan bezorg je mij ook niet dat minderwaardigheidscomplex.