Ik gun mezelf maar al te vaak die blik met reeds uitgelopen make-up in de spiegel des morgens. En ik zie dan wallen, onder mijn ogen. Je-weet-wel, van die donkere ik-slaap-eigenlijk-alleen-mijn-roes-uit-wallen. Dat is een dingetje van me, ik ben eeuwig in staat van oorlog met mijn looks. En al die beloftes van wallenvrije en hydraterende crèmes ten spijt, is alleen plastic surgery een potentieel redmiddel. Arme sloeber zijnde, ga ik dat financieel nog nét niet trekken.

IMG_3842_1Dus breng ik hier en daar een ooglijntje, wat mascara en lipstick aan, wat op de meest enge manieren zijn weg vindt. Het geheel behoeft voortdurende zorg, en daar maak ik dan weer geen tijd voor vrij. Wat heet, de spiegel vermijd ik manhaftig gedurende de rest van de dag. Het is nog een geluk dat mijn haar altijd goed zit.

Toen ik nog een job had, begaf ik me in de auto in de meest riskante situaties door met behulp van mijn achteruitkijkspiegel make-up aan te brengen. Dat is overigens niet zo gek, hoor. Ik zie de grappigste taferelen als ik de rest van de file-ontwijkers eens bekijk. Men pulkt uit zijn neus. Men knipt neusharen weg. Andere bestuurders scheren zich. Dames benutten hun multitasking kwaliteiten door – net als ik – hun weg te vervolgen met deze capriolen. Dat men nog heelhuids arriveert op het werk, is mij een raadsel, want het gebruik van een smartphone is mijns inziens net zo – of zelfs minder – gevaarlijk.

Totdat je wakker wordt naast die lekkere vent, is er geen probleem zou ik zeggen. Toch moet ik mezelf dwingen ’s avonds een washandje te hanteren. Anders schrikt die ander zich alsnog laveloos.

Mijn grote droom is, dat ik ooit de make-up zal laten voor wat het is. Dat je voor jezelf denkt, het moet maar. Zonder. En dat is een heikel onderwerp, want deze fase duurt al zo lang als ik me kan herinneren.

Ooit pak ik mezelf op bij deze mooie veren. Dan fluister ik mezelf in dat ik zonder dat ook een mooie vogel ben. Mooi genoeg.