“Ow, doe je dat nog steeds?” vroeg m’n tante alsof bloggen iets is waar je overheen moet ‘groeien’.

“Ja, nog steeds!” antwoordde ik met een knipoog nadat ze constateerde dat ik de enige was in de familie die ze niet op Facebook had.

“Die gekke verhalen van jou, altijd!”

Ik had toen door moeten vragen. Ik had moeten vragen waar precies de schoen wringt. Want ik ben best wel nieuwsgierig aangelegd. Edoch, er zat nog meer familie. En aangezien alle ogen op Kwatta (lees: mij) gericht waren op dat moment en ik hard mijn best deed niet te blozen, liet ik het er maar bij.

Maar innerlijk weet ik dat zo’n tante er nog een is van de oude stempel en niet graag heeft dat ‘de vuile was wordt buitengehangen’. Dat doe je blijkbaar niet. Dat idee heerst nog heel erg bij de oude stempel, die generatie die gelooft dat alles wat je zegt ook tégen je gebruikt kan worden.

Niets openheid. Niets mededeelzaamheid. Niets delen. Dát is gék, namelijk.

Ergens verbaast het me dat die oude generatie er zo op tegen is, ze hebben ons zelf opgevoed, grootgebracht. Hebben alles meegekregen. Ze kennen me inside out. En tóch verbaast het mij dat het hun weer verbaast dat ik zo’n weblog onontbeerlijk vind voor mijn bestaan. Dat het iets is waarin ik mijn creativiteit kan uitleven.

Dat ze geen notie hebben van mijn principe dat de dag werkelijk pas goed begint nadat je die blogpost schreef en op die verrekte publiceerknop kon drukken.

En op de een of andere manier wil je dan toch gaan uitleggen, maar ben je dan toch een beetje huiverig omdat je denkt dat je woorden tekort schiet. Hetgeen mij dan weer – en nog meer – verbaast.

Ik liet het er maar bij. Soms siert een beetje ‘gekte’ de mens.