Stephan Koopmans en zoon heb ik ontmoet ik tijdens een vakantie – vorig jaar – in het grootse Zuid-Engeland. Al snel ontstond er een gezellige conversatie, temeer daar we beiden fan zijn van de Beatles. En Stephan me zijn kunst liet zien via het piepkleine schermpje van zijn iPhone. Terug van vakantie, aarzelde ik geen minuut, deze man moést zijn Kunst kwijt op zijn eigen – nog te realiseren – website. Aldus geschiedde. Met zijn taalvaardigheid zit het ook wel snor, zie zijn blog en wekelijkse #W(rite) O(n) T(hursday).

Uiteraard heb ik ook mijn vragen op hem afgevuurd. En beantwoordt hij ze hieronder op zijn eigen onnavolgbare wijze:

  1. Wie ben je (beschrijf jezelf op de meest sappige, vrolijke en intense manier)?

    stephankoopmansWie ik ben, hangt af van waar je mij ontmoet. Wanneer je mij op het winkelcentrum tegenkomt, is de kans groot dat ik je niet zie staan. Dan ben ik een man met een missie, doelgericht en efficiënt. Ik was niet naar de winkels gekomen voor een praatje over het weer of over ons, en ik wil ik hier niet langer blijven dan strikt noodzakelijk. Al helemaal niet, nu de laatste cd-winkel hier gesloten is. Als je mij zou tegenkomen in de sportschool of in het zwembad, dan kijk ik langs je heen. Geconcentreerd ben ik aan het sporten, tel mijn banen of mijn oefeningen en laat jou ook met rust. Dat wij elkaar in de bioscoop of in het café zullen treffen, is niet erg waarschijnlijk. Daar kom ik namelijk nauwelijks. Er is een kleine kans dat je me tegenkomt in een museum, daar ben ik beter op m´n gemak, maar ook daar ga ik niet naar toe om met iemand een gezellig praatje aan te knopen.
    Ben ik een saaie vent? Dat hangt af van de normen, die je daarvoor hanteert. Nee, ik ben geen gezellige babbelaar, geen kroegtijger en al helemaal geen gangmaker. Ik ben zogezegd sociaal introvert en observeer. Zie veel en heb een levendige verbeelding; soms zo levendig, dat mijn gesproken woord dit niet bij kan houden. Als ik naar je luister, ben ik al drie zinnen verder dan jij, ondertussen vijf zijstraten ingeslagen, tien associatieve gedachten gecombineerd, en ik hoor mezelf jou het meest obligate antwoord geven. Aan de buitenkant lijk ik de rust zelve, maar vanbinnen golft het, stormt het soms. Daarom teken ik, schrijf ik en luister ik naar muziek. Muziek, die mijn gevoelens de woorden geeft, waar ik zelf niet op kon komen.
    Maar, als ik je op een rustig moment in een rustige omgeving tegenkom, als ik je voldoende vertrouw, dan lukt het me mijzelf te openen. Kan ik ineens wel voldoende gespreksonderwerpen vinden, concentreer ik me op het gesprek, dat ik met je voer en kom ik even tot rust. Dan ben ik helemaal niet saai, omdat ik je kan laten delen in mijn fantasie, en mijn vermogen tot inleven kan inzetten. Tot dat moment zal je het moeten doen met mijn kunstsite (www.stephankoopmans.nl) en mijn wekelijkse blogs (blog.stephankoopmans.nl). Welkom in mijn wereld.

  2. Waar kom je vandaan (beschrijf je jeugd, familie, relatie, kinderen, huis, woonplaats)?

    Het is ondoenlijk, ruim zestig jaar in een paar zinnen neer te zetten. In vogelvlucht, van een afstand dan maar. In de eerste vier jaren van mijn leven, in de schaduw van de Tweede Wereldoorlog, zag ik de provincies Friesland, Overijssel en Zuid-Holland. Toen volgden er, tussen nog twee verhuizingen door, vijftien jaar rooms-katholieke discipline en het stampen van kennis in ouderwetse leerfabrieken, geleid door pastoors en Franciscaner paters. Thuis zwaaiden stapels huiswerk en de progressieve spierziekte van mijn broer en zus de scepter. Gelukkig waren er de Beatles, Radio Veronica en de wekelijkse Top 40. Alsof twintig jaar onderwijs niet genoeg was, knoopte ik er, na een academische studie geschiedenis, nog vijfendertig jaar als leraar aan vast. Een wandelend stockholmsyndroom.

  3. Neem me stap voor stap mee in het proces dat ertoe heeft geleid om (hier) te komen waar je vandaag de dag bent. Wat was het eerste wat je deed? En de volgende?

    De dagelijkse tredmolen van het kostwinnerschap heb ik achter me kunnen laten, en nu kan ik mijn energie gebruiken om mijn leven opnieuw vorm te geven. Los van het gezin, waarin ik opgroeide. Weg uit het door regelgeving verstikte onderwijs. Bevrijd van de files op de A20, ’s winters in het donker. De kunstacademie is het indertijd niet geworden, want daarmee zou ik toch maar in de goot belanden. Maar hé, ook zonder diploma kan ik tekenen, kleuren en schilderen. En je zult toch maar het geluk hebben onverwachts iemand tegen te komen, die belangeloos een website voor je bouwt en je ruimte aanbiedt om te gaan bloggen. Bedankt, Irene.

  4. Als een kind op je afstapte en je advies zou vragen en je had maar een paar minuten de tijd om het beste van jezelf te geven, wat zou dat dan zijn?

    Met mijn eigen kinderen ben ik door hun school- en studiejaren heen meegelopen. Maar misschien heb ik te weinig tegen ze gezegd: blijf in je gevoel en je intuïtie geloven, want je hebt het bij het rechte eind. Laat je niet van de wijs brengen door je ouders of je school, door de verlokkingen van carrière en hypotheek. Volg je hart, leef in het nu, maar zorg dat je een plan hebt. Probeer uit te vinden wat jou gelukkig maakt, en maak daarmee andere mensen gelukkig. En dat zou ik tegen ieder kind willen zeggen.

  5. Waar wil je liefst heen (met je blog/) je leven?

    In mijn creaties blaas ik stoom af en haal ik tegelijkertijd opgelucht adem. Ik overleg met mezelf, structureer mijn eindeloze gedachten en maak ruimte. Analyseer wat achter mij ligt en geef vorm aan de beelden in mijn hoofd. Dat maakt mij gelukkig. Smalltalk en gekeuvel, ik ben er slecht in. Het delen van mijn blogs en tekeningen bevrijdt me hiervan. Want als ik jou op dat rustige moment, in die rustige omgeving tegenkom, kunnen we de koetjes en kalfjes aan het weer van vandaag overlaten, en meteen proberen tot een zinnig gesprek komen. En dat hoeft echt niet direct op filosofische hoogte te zijn.

    Ik zie op tegen de dag, dat mijn ogen gaan haperen, of mijn handen gaan trillen, zodat ik mijn uitlaatklep kwijtraak. Naar de mens gesproken duurt dat nog wel even, maar zeker is het nooit. Als die tijd gekomen is, hoop ik voldoende gelukkige kinderen en kleinkinderen om mij heen te hebben, die mij kunnen vertellen over hoe het was, over hoe ik was. En anders vraag ik mijn vrouw wel of ze mij iets van de Beatles wil laten horen, Nowhere man bijvoorbeeld.
    Tot dat moment blijf ik doen, wat ik eigenlijk m’n hele leven had moeten doen: mijn intuïtie volgen.