“Meid, wat zie je er goed uit! En wat zit je haar goed!” Geschrokken kijk ik op. Heeft men het echt tegen mij? Men moest eens weten hoe ik de laatste paar maanden ben doorgekomen. De downs deden me even de moed doen zakken. De ups, well, laat ik het zo zeggen, ik was nogal genegen om te antwoorden met:

‘Ow, we drinken wat meer, roken stevig door, en nemen af en toe een kalmeringstabletje!’

Op de vraag hoe het met me ging. Ergens doe je dat niet, men schrikt er immers altijd zo van. Je doet dat wél, als je er zeker van bent een vette knipoog bij te kunnen geven zonder dat de tranen onverhoeds over je tranen biggelen.

Hoe goed is het dan, dat mijn uiterlijk een masker vertoont, zodat de wereld gewoon door kan gaan met draaien?

That’s me. Ergens wil ik die ander niet overspoelen met mijn narigheid. Ergens ben ik zodanig opgevoed dat ik de vuile was niet echt buiten wil hangen. Dus ben ik wat minder aanwezig op Social Media, en mind me pretty much my own business.

Het grote lichtpunt is dat ik een blog heb, waarmee ik af en toe een andere pet kan opzetten, het geeft afleiding om te schrijven over iets anders dan mezelf, de menopauze, mantelzorgperikelen, en het gevecht om in deze 24/7-krankzinnige-wereld toch enigszins mijn geestelijke gezondheid in balans te houden.

En dan heb ik niet eens een job, maar wel de wetenschap dat het beter is om mezelf bezig te houden met manoeuvres die een bliksemafleider doen verbleken. Omdat ik op een dag als deze wakker word, en het me niet langer kan schelen of het een Winter- of Lentedepressie was, maar dat ik mezelf een enorme schop geef.
Ik kan dat. Wakker worden met soort van brand new realiteitszin.

Ík moét er zélf iets van maken. Ik doe dat. Niet eens omdat ik het waard ben, maar louter omdat ik mezelf wil overstijgen.
En met deze biecht zult u het deze zondag maar moeten doen.