Kunstig en met zwierige gebaren schoof hij het vlees op zijn grote spatel, legde het vlees net zo voorzichtig op de kookplaat, schoof er wat knoflook en groenten bovenop, en rolde het geheel op. Om het daarna in partjes te snijden en te serveren. Zie daar, mijn favoriete Japanse hapje. Hoe het heet, dat weet ik niet meer. Er vloeide wat te veel lekker bier bij. Geeneens sake (welnee, joh). Er zal ongetwijfeld een mooie Japanse titel voor zijn, maar lekker is het.

Het maakt het des te leuker als je met z’n allen aan een lange vierkante tafel kunt meegenieten van zijn vlijtige beslommeringen aan de kookplaat. Japans eten is bij uitstek mijn favoriet, vooral als je aan zo’n dis zit waarbij je de bereiding kunt meemaken. En natuurlijk des te fijner als je wordt getrakteerd, nog voor je verjaardag.

Ik kan er uren naar kijken, naar mensen die werken. Stilzwijgend. Louter hun handelingen volgen, er even geen gedachten bij hebben, maar kijken, ervaren, en het je dan smakelijk laten genieten, als in proeven. Dat anderen zien poetsen – zonder lullen – heeft zo’n serene uitwerking op me, dat ik er 1.002 ideeën van opdoe.

Ik ben – vooral naarmate ik ouder word – zeer visueel ingesteld. Liefst zou ik stilletjes iedereen wel zien werken. Alles geducht op me laten inwerken, want het maakt altijd een fascinerende indruk op me.

Je zou haast zeggen dat ik heel lui ben van nature, maar in feite bespaar ik gewoon dat beetje energie. En die energie zorgt ervoor dat de kaders van mijn comfortzone weer een beetje worden verlegd. Bovendien is het net dat ene stukje realiteitsfocus tussen de regels door: je moet niet denken te zien, maar wel zien wat er is…