Vandaag zucht ik maar weer eens, na het lezen van de nieuwskoppen her en der. Men blijkt pas een beter mens te zijn als je dood bent. Valt dat jou ook op? Al die positieve berichten dan? Ja, ik weet natuurlijk dat de economie floreert, het levert vast veel interesse op, en fans die letterlijk alles verslinden kunnen dan nog een traantje plengen. Wat weer leidt tot verwerking, etc.

Ik irriteer me daar suf aan. Moet ik niet doen, natuurlijk, maar dat terzijde. Want waar was de aandacht voor de mens, voordat hij (lees ook: zij) stierf? Dat was er alleen toch, als men iets te promoten had? En als men daar een mening over had? En is die aandacht dan niet altijd wat wrevelig, met name als die ander veel centjes verdient?

Ergens is het raar, dat men niet bij leven en welzijn ook de hemel in wordt geprezen. Het herinnert me dan weer aan het Bijbelverhaal over Jezus, die levend moest lijden en nadien pas wat credits kreeg, maar als atheïst kan ik daar niet zo heel veel mee, eerlijk gezegd.

Maar ja, ik ben opgegroeid zonder dat verschijnsel van de Kardashians. Ik ben nog opgevoed met artiesten die berucht werden omdat ze hun gitaren op de hoofden van hun fans dreigden stuk te slaan. Ik kan me herinneren dat de zo vurig door mij gerespecteerde artiesten hun hotelkamers drastisch verbouwden, om wat publiciteit te genereren. Niet goedschiks, dan maar kwaadschiks. Op die fiets.

Dus ja, ik ben ook een fan van. Soort van. En gelukkig leven die oude rakkers allemaal nog in soort van gepamperde toestand, vermoed ik. Ik neem tenminste aan dat ze – net als ik – bij tijd en wijlen kunnen losgaan op drank, drugs, seks en tranquillizers. En Hallelujah, ook ik zal in een continue stroom van rouw verwikkeld zijn mocht hun iets overkomen. Misschien ga ik dan ook wel al die positieve achterklap tot me nemen, omdat ik het vóórdien nooit mocht lezen van mezelf.

Terwijl die magie, die ze tijdens het leven verspreid hebben, pas als ze dood zijn wordt geëerd.
Ik moet daar iets mee, want er wringt iets…