Waarover moet je in hemelsnaam schrijven als er niks mis is? Die vraag bracht ik te berde toen ik van de week in de chat zat met C. van Maanisch.nl. Schrijven over mijn persoonlijke gelukzaligheidsgevoelens komt een beetje opschepperig over. Het is alsof je iemand anders Facebook-tijdlijn leest.

Natuurlijk leef ik niet in een continue staat van ‘Himmelhoch jauchzend’ zijn. Dat zijn van die momenten. Minuten, seconden, milliseconden zelfs. Maar over het algemeen gaat het hier even wel zo lekker.

Natuurlijk, er moeten wat kilootjes af. Daartoe heb ik een verwijsbrief naar een diëtiste gekregen. Stiekem vraag ik me af, of ik dat wel zo hard nodig heb. In wezen moet ik onafhankelijk en sterk genoeg zijn om het zonder een stok achter de deur te doen. Dat geldt ook voor mijn nicotineverslaving. Maar hee, je moet in dit leven toch minstens één slechte eigenschap hebben?

En in het kader van mijn exzeem zijn er geen schrikbarende resultaten gevonden, behalve dan veel littekenweefsel. Het lijkt erop of de bij mij heersende menopauze-situatie weer bepaalde hormonen in de war schopt. Nochtans mag ik naar een dermatoloog, want die eeuwige hormooncrème die ik sinds mijn elfde gebruik blijkt niet echt goed te doen aan mijn huid: het wordt flinterdun. Ik ben benieuwd wat mijn bevindingen met deze huidarts zullen zijn. Ook daar twijfel ik weer aan. Gooi ik niet téveel geld over de balk door veel te vragen voor iets wat waarschijnlijk nooit opgelost kán worden met mijn huidproblemen? Middelmatig gezien is dat mijn eerlijkheid, maar misschien ook wel dat beetje huichelarij.

Ik ben niet in overmatig goede doen, financieel gezien. Rood staan – wat betreft mijn bankrekeningen – is mij niet vreemd. Toch lijkt het erop dat ik met – veel – minder tevreden kan zijn. Logisch, je moet dan wel. Maar het is verbazingwekkend, hoe ik sinds een jaartje of 20 ben veranderd van een materialistisch kutwijf tot een serene zweefteef die zich in alle opzichten positief probeert staande te houden. Dat minimalisme is even niet verkeerd voor een bepaalde periode. Je leert de waarde van alles opnieuw te definiëren en ik ben nu met minder veel tevredener dan ooit tevoren.

Toch schrijf ik beduidend minder. Het lijkt erop, of ik alleen als ik me groen en geel erger de pen ter hand kan nemen. En ik vind dat dus niet sporen. Waarom zou je immers alleen mogen schrijven als iets je irriteert? Waarom gaan mijn haren rechtovereind staan bij louter positivisme? Misschien omdat ik niet te boek wil staan als een of andere mislukte goeroe, die haar geluk op anderen projecteert. Hoe dan ook, het verbaast me een weinig dat ik me in geluksomstandigheden zo slecht kan uitdrukken. Daar ga ik eens een poosje met jullie over bomen en nadenken, de komende tijd…