Ik zie haar vaak lopen. En met nieuwsgierige blikken vraag ik me even zo vaak af, hoe het daarbinnen gaat. In dat hoofd, haar koppie, leefden zo’n jaar of tien geleden enkele grootse dilemma’s die zich omzetten in psychische klachten. Ze had het vertrouwen in de mensheid immers verloren.

Enkele flaters op liefdesgebied hadden dat veroorzaakt, wat risicovolle ondernemingen met werkgevers, en tja, zelfs perikelen in haar directe omgeving speelden haar parten. Ze sloot zich als resultaat van dat alles af en sloot zich op in haar appartement van zeventig vierkante meters. Ze had die anderen niet meer nodig. Ze wilde het liefst als kluizenaar verder leven en vergeten wat de rest van de klote-wereld voor haar nog in petto had.

Zelfs met de psychiater klikte het niet. Te nuchter. Hij stond met beide benen stevig op deze aarde geplant, maar dat was dan wel zíjn wereld. Op elke vraag of ze ergens over wilde ‘praten’ schudde ze nee. Ze had allang gepraat. Genoeg. Teveel. Die uitdagingen waren te divers en te vermoeiend geweest.

Het leek wel of ze met geen enkel mens nog een connectie had, want de meeste mensen konden geen greintje van de intensiteit vertonen die ze zelf wel ervoer of wilde ervaren. Ze voelde zichzelf dan ook bijna buitenaards.

Zo kabbelde het leven voort. Ondertussen voerde ze hele gesprekken met haar feline vriendjes die tenminste dat lef niet hadden haar tegen te spreken. Ze gaven haar dat aaitje immers als ze aandacht aan hun schonk. Leken haar enigszins narcistische gebrabbel wel te waarderen. Zelfs haar moeder bleek een van de weinige mensen die de band niet verbrak, terwijl daar genoeg redenen toe waren.

Totdat daar plotseling het tijdperk van het medium ‘Social Media’ losbrak. Ze realiseerde zich, door blogs te schrijven en zichzelf aan te melden op de diverse kanalen, dat ze op veilige afstand toch een beetje kon bijdragen aan iets dat dan wél maatschappelijk gewaardeerd werd. En omdat men positief reageerde op haar schrijfsels en aanwezigheid voelde ze zich ineens een legitiem mens. Ze mocht er zijn. Men reageerde immers in de trant van herkenbaarheid.

Ze ontdekte dat er buiten haar vier muren een heel andere wereld schuilde. Die van mensen waarmee ze wél een connectie, noem het: klik, had.

Tegenwoordig zie ik haar nog wel eens lopen, daar op straat. En als ze haar spiegelbeeld bekijkt kan ze het niet laten even een klein sprongetje te maken…

Dit is mijn reactie op: