Ik rilde van van de kou buiten terwijl ik mijn entree maakte bij de tandarts. En zei dat het weer me glad verkeerd uitkwam met een verveelde grimas bij de balie waar een vlotte vijftiger ook stond te wachten op zijn beurt. Zijn antwoord: ‘Slecht weer bestaat niet, slechte kleding wél!’

Ken jij ze ook, die mensen die koste wat ’t kost altijd dat verdomde positivisme erin weten te brengen? Dat als jij iets constateert in realistische zin, zij het altijd weer om weten te buigen naar dat ‘omdenken’? Het lijkt alsof je ineens gek bent geworden, want je ziet het altijd ‘verkeerd’. Althans dat is het idee dat die ander je geeft. Wat het ook is, ik vind die insteek niet bepaald plezierig.

Plotseling ben ik dan benieuwd hoe dat woord gedefinieerd wordt en ik vond het op de site (jawel) omdenken.nl:

Omdenken ~ (dacht om, h. omgedacht); (denk) techniek om problemen te transformeren in mogelijkheden, syn. ja-en-denken; vgl. tegenoverg. vastdenken, ja-maar-denken)

Niet alleen geeft het mij het gevoel dat ik in een verkeerde wereld werd geboren, maar ook dat mijn manier van vaststellen niet helemaal spoort. Dat ik té negatief ben, dat een ander me dringend op het juiste pad dient te zetten, en dat allemaal vergezeld van een vriendelijke glimlach.

Ik krijg de neiging om het gesprek direct af te kappen. Want ik verwacht niet veel meer zinnigs van zo’n persoon.

En ik vraag me dan af, of die ander zich daarvan bewust is. Of dat die ander denkt: ‘Hee fijn, ik heb weer zo’n kneusje mogen rechtzetten!’

Allez oeps, communiceren is ook maar een vak. Ik laat het maar over me heen komen op dat moment, maar bij de eerstvolgende die dat kunstje weer flikt zal ik niet aarzelen te vertellen dat omdenken knap irritant overkomt.

Een slotquote voor de omdenkkunstenaars onder ons:

Being honest may not get you a lot of friends, but it’ll always get you the right ones…