Niets fijner als eten met de handen. Alles ongesublimeerd willen proeven. De ongezouten peper ongegeneerd van je vingers aflikken en je vingers vervolgens casually afvegen aan je servet. Soms snak ik ernaar, en vraag me dan af, waar dat vandaan komt?!
Verder niets loos hier, hoor. Heb er wel vaak last van, anders. Zo heb ik ook ongeremde fantasieën over slagroom en aardbeien. Wie niet?

Dat ‘Op oerdrift’ komt eigenlijk allemaal doordat ik plotseling ongevraagd allerlei GeenStijl-perikelen krijg voorgeschoteld. Die lieden die daar schrijven én reageren, kanaliseren hun oerdriften op een manier met wat ik dan weer afwimpel, met ‘Joh, dit is streettalk, zo praat het heerschap nu eenmaal in onze afwezigheid.’ Het is in feite niets anders dan dat ze weer heel even terug gaan naar de oertijd, als holbewoners. Hun sociaal functioneren doet in wezen niets af aan onze positie als vrouw.
Dat dat GeenStijlclubje de consequenties er van tevoren niet van overziet, dat past dan weer zo goed bij ‘op oerdrift’ geraken. Ik kan daar wel om lachen.

In feite heeft dat slag mensen immers ook dromen die ze niet waar kunnen maken. Wij – als vrouw – kunnen daar van de weeromstuit goed op reageren door ze te vragen of ‘ze er misschien over willen praten?’ Dan valt er geheid stilte. En ziedaar dat is onze kracht! After all, is de allerbeste verdediging nog steeds de waarheid. Maar iets vertelt me, dat ze daar nog niet aan toe zijn…