Elk nieuw jaar zag ik altijd met angst en beven tegemoet, vandaar deze open brief aan 2015. Een beetje melancholie maakt zich altijd van me meester, vooral rond dat tijdstip van 24:00 uur. Als anderen buiten elkaar de beste nieuwjaarswensen doen, sta ik er altijd een beetje beteuterd bij. Enkele factoren spelen daarin mee. Geen partner, geen baan, geen kids.
Dit jaar kwam ik tot grote bezinning. Ik heb in ieder geval MEzelf (nog). En dat voelt steeds beter aan.

Over het algemeen

Elk jaar opnieuw zijn er meer positieve zaken te benoemen, dan die andere, negatieve. Elk jaar groei ik. Vooral de laatste twee jaren heb ik niet meer dat gevoel een ‘hopeloos’ geval te zijn. Integendeel, ik word wat zelfbewuster en ben iets beter in staat soms iets los te laten om te zien waar een schip gaat stranden. Dat kost me meer dan eens, grote moeite. Liefst forceer ik de boel een weinig, om er vervolgens achter te komen, dat juist dát het grootste struikelblok was.

Gezondheid

Het begin van het jaar begon ik met een wat minder fijne evenwichtsstoornis, die minstens drie maanden voortduurde. Als ik nu terugkijk op die periode, voornamelijk gezien dat begin ervan, was dat ik voor de Kerst in 2014 ergens zo van uit mijn balans schoot en heel erg boos werd over een situatie. Dat laatste had ik zelf kunnen voorkomen, ware het niet dat ik alleen maar onmacht kon ervaren. Na verloop van tijd kon ik deze periode evalueren, en werd de evenwichtsstoornis steeds minder heftig. Ik bespeur wel vaker dat mijn stemmingen mijn gezondheid danig kunnen beïnvloeden, en waak er dus voor dat mijn gemoedsrust meer in balans blijft. Matiging – in alles wat ik doe – blijft noodzaak.

Afgezien van soms heftige menopauze klachten, die ik steeds beter kan plaatsen én handelen, verliep de rest van het jaar vrij harmonieus. Al is een slijmbeursontsteking in de linkerarm niet fijn, waarschijnlijk heb ik het te zwaar belast met tillen. En ook dat Ganglion bultje in de linkerpols kan operatief verwijderd worden, dus ik zie dat niet te zwaar in.

Waar ik ook erg blij over ben is dat mijn moeders hartritmestoornis is verholpen door een cardioversie (elektroshocks), want haar situatie baarde me erg veel zorgen. Hoewel je natuurlijk altijd je moeders kind blijft, valt het me op, dat de rollen soms omgedraaid moeten worden; er wordt een beslissing verwacht die ik moet nemen. En dat valt me soms erg zwaar, omdat ik nog maar al te graag teruggrijp op de relatie, zoals het altijd was.

Spiritueel

Hierboven gaf ik al kort aan dat ik niet graag de controle afgeef, me liefst in allerlei bochten wring om een situatie naar mijn hand te zetten. Maar dat het soms helpt om even een schietgebedje te doen en door te gaan met je leven, waarna meestal – wonderbaarlijk genoeg – de situatie verbetert in ieders voordeel. Dat loslaten is nog steeds wel dat dingetje, maar heeft wel een ko(s)misch resultaat. En dan denk ik altijd aan mijn favoriete cabaretier’s liedje Koo Wit De Floo (van Herman Finkers).

Beschouwing

Het afgelopen jaar was er eentje met een lach. Meer dat van kunnen schateren van het lachen. Minder tranen met tuiten. Ik kom zelfs tot de conclusie dat ik het huilen bijna ben afgeleerd, tenzij die tranentrekker me hiertoe dwingt. Over het algemeen ben ik een prettiger mens geworden, omdat ik eindelijk inzie dat vriendelijkheid en sympathie meer van dat oproept. Ik ben wakker geworden met het idee, dat mensen zich dat schaterlachen van mij beter zullen herinneren, dan die traan in hun strot…