Het valt me pas de laatste jaren op, dat ik ben verworden tot dat zwarte schaap van de familie. Nou, eigenlijk ook van deze hele buurt. Men doet altijd verwoede pogingen me als een normaal mens te bejegenen, hoor, daar niet van. Maar ergens bespeur ik toch dat ze me enigszins die vreemde eend in de bijt vinden. Ergens kan ik daar wel om giebelen, want ik wil er absoluut geen drama van maken. Het zit zo, ik ben single, en zij die me beter kennen, zijn denk ik – net als ikzelf – tot de conclusie gekomen dat ik het allemaal wel prima vind zo. Ik doe geen moeite, niet om te veranderen, niet om erbij te horen, en vooral dat ik niet zoekende ben. Naar anders, dan wie ik ben.

Dat schept voor mezelf vooral wat rust. Ik kan immers doen en laten wat ik wil. Thuiskomen wanneer ik wil. Voor mezelf koken of toch die droge boterham eten als ik daar zin in heb. Mijn slipjes en vuile sokken was ik zelf, als ik ze al kan vinden want als gezegend creatief mens leef ik vrijwel continu in chaos. Die voor mezelf nog best wel kristalhelder is, maar dat terzijde.

De discrepantie schuilt hem vooral in mijn persoonlijke opvattingen over relaties en dat wat anderen daarmee meemaken. Ergens waan ik mezelf een gewaarschuwd mens, waarvan men zegt dat ik daarom reeds uit ‘twee’ besta.

Laatst mocht ik het wat schokkende relaas van een vriendin aanhoren, en waar ging dat over? Juist, je raadt het al… het waren verwikkelingen in haar nog prille stappen op dat amoureuze pad. Na reeds een reeks van nare ontwikkelingen te hebben ervaren in haar verleden. Dat noem ik bagage. Zo’n verhaal eindigt dan niet zo prettig. Nee, want factoren als bindingsangst, verwachtingen over en weer, en teleurstellingen liggen op de loer, met een dramatisch einde als gevolg.

Ik hoor dat alles aan, en slik mijn mening in. Ergens besef je, dat die ander meer heeft aan een troostende schouder op zo’n moment.

Ik las ooit, dat ieder mens waarschijnlijk drie keer in zijn/haar leven verliefd wordt. Ergens denk ik dat dat wel aardig kan kloppen, heb ik nog mooi รฉรฉn te gaan. Want hoop doet leven. En ik ben nu alvast zuinig op dat moment. De drama’s uit mijn verleden die ik je zal besparen, en wat ik dus mijn onzichtbare schouderzakje noem, die schud ik nu langzaam – als een kat met natte pootjes – van me af. Daar neem ik wel even de tijd voor. En ik leg dat ook niet alvast uit aan de rest van de wereld. Nee, joh. Ik laat dat lekker betijen.

Want ergens weet ik dat er een echo schuilt in het woord tijd, als je er goed naar luistert terwijl je dat uitspreekt. De jaren, maanden, weken, enz., die nog voor me liggen heb ik beslist nodig om dat stempel van dramaqueen van me af te schudden. Dus leg ik de woorden van Godfried Bomans – dat voor vriendschap tijd een bondgenoot is, maar voor de liefde een gevaar – maar geduldig naast me neer.