Ik had van die dagen vroeger. Dat ik me super netjes kleedde alsof het weer ‘rokjesdag’ was. Ik zou zweren dat het een kwestie van of hormonen was of dat ik vond dat mijn werk dat met zich meebracht. Naast dat ik dacht dat ik mezelf eens lekker oppepte met het principe dat je aan jezelf moest werken. Om je goed te voelen. Als je dan in de spiegel keek kon je tenminste tevreden zijn over jezelf. Je zag immers iemand die zichzelf goed verzorgde. Die vond dat ze die aandacht verdiende.

Was het niet van die ander, dan toch van zichzelf?

Als ik keek in die spiegel bezag ik mezelf heel kritisch. Elk haartje moest in de plooi, zo niet dan ging de föhn er drastisch overheen. Met venijnige hand werd alles in model en proportie gebracht, maar ik was never nooit niet tevreden. En make-up aanbrengen had diezelfde dimensie.

De noodzaak verdween

De jaren kropen voorbij. Schijnbaar. Ik verloor een baan, en veel later nog een. Totdat het voor mezelf niet meer helder werd waarom ik nog die moeite zou doen om mezelf elke dag weer op te kalefateren. Ik hoefde immers niet meer naar die job, hoefde niet meer zo nodig in dat mantelpakje.

En joh, ja een beetje make-up, dat stond ik mezelf nog wel toe. Maar die haren die hoefden niet meer precies in de plooi. De coupes werd daarentegen steeds chaotischer.

Ik verzon een ideaal bestaan

En heb mezelf een andere functie aangemeten, eentje waarbij mijn creativiteit uitgangspunt werd. En bij dat geheel hoorde een andere presentatie. Zo’n artist’s way, je kent dat wel.

En omdat ik mezelf dat beroep van blogger eigen maakte, alles mezelf aanleerde qua websites en HTML, CSS, PHP en de rest, vanaf day one en dat wonderwel ook lukte, groeide de waardering voor mezelf.

Needless to say, ging dat vergezeld van een relaxter houding ten aanzien van mijn kleding. Mantelpakjes gingen voorgoed die vergeten kast in. Er kwam ruimte voor jeans, t-shirts en verlopen gymschoenen.

Met het zelfrespect verscheen ook die continue glimlach

The other day, stond ik voor de spiegel en waagde het enkele grimassen te trekken. Als in dat ik de spot wierp met mezelf. Ergens vond ik spottende ook weer geen recht doen. Dus waagde ik het mezelf eens vriendelijk toe te lachen.

‘Dag meid! Looking good..’

Dat beviel me. Ik oefende niet eens, het ging als vanzelfsprekend.

Terwijl ik even rilde omdat ik terugdacht aan al die jaren waarin ik het mezelf zo moeilijk had gemaakt. Hoe dat strenge keurslijf me eigenlijk altijd had tegengestaan.

Ik lach mezelf nu dagelijks toe in die verdomde spiegel, iedere morgen na het opstaan. Me like…