“Ik benijd je!”, zei mijn vriendin vanmorgen.

Vragend trok ik mijn wenkbrauwen op.

“Jij bent een mens met hobby’s, en als je iets niet weet zoek je het uit, los je het vervolgens zelfstandig op.”

“Don’t we all?” riep ik met een knipoog.

Mijn vriendin zit net als ik zonder job. Net als ik is ook zij vrijwilliger bij een ziekenhuis en ik bij de Dierenambulance als bijrijder. Ze is van mening dat ze wat meer zelfvertrouwen zou kunnen krijgen als ze eenmaal een leuke job heeft. Dat heb ik eens kort en krachtig rechtgezet als volgt:

  1. Jij bent niét jóuw báán;
  2. Je bent in de eerste plaats een mens mét plussen én minnen;
  3. Aan de hand van je persoonlijkheid ontwikkel je je zelfvertrouwen (of juist niet 🙁 maar liever wel);
  4. Constructief discontent zijn met jezelf leidt tot creativiteit binnen in jezelf;
  5. Voldoening met jezelf verkrijgen is ook maar een betekenis die je er zelf aan hecht.

Kortom, wees jezelf en ga eens speuren naar pluspunten in plaats van die eeuwig wroetende knagende onzekerheid die jezelf weg kan vreten.

Sure. Het is mij ook overkomen. Toen ik ruim tien jaar geleden afscheid moest nemen van een leuke job vanwege een faillissement. Het heeft me jaren van mijn leven gekost om me los te worstelen van die identificatie die ik aan mezelf ontleende vanwege mijn goede job destijds. Ik moest leren dat ik zonder die baan óók een mensch van vleesch en bloedt was. Dat ik zonder job zelfs méér waard was dan mét, of die potentie daarvan inzien.

Ik heb geworsteld met mezelf, gevochten dan wel gestoeid, ben onzeker geweest, kwam er bovenop door mezelf te ontdekken. Zelf in te zien wat mijn kracht is. En ook te weten waar ik aan moet werken. En dat ik als mens daardoor juist wezenlijk gegroeid ben. Ik weet nog niet zo zeker of me dat wel gelukt was in deze zin, met die zo vurig verkregen gewenste baan…