21 september 2018

Aandacht kan men verwaarlozen inzake #ikbengepest

Van de week was het de dag van #ikbengepest of iets dergelijks, ik heb het in de gauwigheid niet goed meegekregen, die #hashtag. Hoewel ik mijn hele leven verschoond ben gebleven van dergelijke praktijken – op school niet als ook niet op een werkvloer – heb ik mijn gedachten daar vannacht eens over laten gaan.

Stel nou, dat die hachelijke situatie van pesterijen zich voordoet. Iemand communiceert met je – of vraagt je aandacht – op een toon die je niet aanstaat. Met andere woorden: je wordt gepest. Dan is het vrijwel logisch dat je reageert. Maar zoals iedereen roept: ‘aandacht maakt alles mooier’. Je kunt ze beter voorbijlopen. Straal negeren. Zei iemand iets? Hoezo? En dan de andere kant uitkijken. Oost-Indische doofheid pretenderen. Alles wat erop wijst dat je het geen aandacht wil schenken. Jij hebt betere dingen te doen, in dit leven. Toch?

Communicatie, verbaal of non-verbaal, is nog altijd een two way street. Zodra jij die aandacht verlegt naar praktischer zaken, zoals: ‘wat een prachtige hemelsblauwe lucht spot ik daarboven’, terwijl die ander aan je tracht te trekken in negatieve zin, geef je het geen aandacht meer. Op den duur houdt die aandachttrekkerij dan wel op, want communicatie hoeft niet gehanteerd of gehandhaafd te worden. Zodra je reageert, hebben ze je. En ontstaat er een vorm van communicatie, waardoor men denkt voort te kunnen borduren op een situatie die jij zelf niet wenselijk vindt.

Met andere woorden: STOP DIE COMMUNICATIE, VAN JOUW KANT.

Also sprach tante Irene.

20 september 2018

#WOT deel 38: prutser

Soms vraag ik het me af, of ik het nog wel kan. Dat mensen aan het lachen maken. Dat leerde ik van dag één van dat moment toen ik mijn moeder voor het eerst liet lachen. En het is zowat de enige interactie, waar ik iets mee kan. Het is ook de meest oprechte interactie die je maar kan krijgen. Een glimlach als antwoord. Het is onvervalst, want ik denk niet dat men zo beleefd is dat men maar lacht als antwoord. En men roept dat die verrekte humor op straat ligt. Altijd. En hoe wrang ook, ik zie het nog steeds liggen.

Daarnet besefte ik hoe erg ik het vind te moeten ‘wachten’, maar zelfs dat is humor. Want het weten, het feit dat ik zou mogen losgaan, op God weet wat waaraan ik zou kunnen ‘prutsen’, vervult me altijd weer met een bepaalde moed.

Het #WOT-woord van vandaag is:

Prutser

Van de week nog, zei iemand tegen me, zelf een site niet te durven aanpassen omdat ze angst had dat het niet meer zou werken. Die angst ken ik n.i.e.t. Van websites maken heb ik juist geleerd, dat er niets eerlijkers is als coderen (Code is Poetry ~ red.: Slogan WordPress.org). Als je de verkeerde commando invoert, werkt het potjandikkemedosie niet. Dus begin je opnieuw. En dat is pas eerlijk. En een directe beloning als het wél werkt, want je wil toch dat het wél werkt?

Voor wie webdesign eigenlijk niet van toepassing is; ooit nam ik paardrijlessen. En werd ik er geheid afgeworpen tijdens een prachtige galoptraining. Ik vroeg mezelf niet af, waarom dat paard mij zo laatdunkend op mijn achterste deed belanden, zo pal voor zijn hinnikende paardenhoofd. Nee, ik vroeg me af, welke verkeerde instructie ik dat paard had gegeven waardoor hij me zat werd en me van zijn rug afwierp.

Neem verantwoording voor wat je doet. En alles sal regkom.

En dus: iedereen die dat ‘prutsen’ noemt, is bij mij aan het verkeerde adres. (Zelfs die innerlijke criticus/kabouter, Martha!)

Zelfs als je ingeboren innerlijke criticus/kabouter roept, dat iets voor jou een brug te ver is; je mag leren zwemmen naar die brug toe. Dat doembeeld ‘verzuipen’ heb ik eigenlijk altijd verwaarloosd. Ik kan wel – al kost het me aanzienlijke moeite vanwege het danig ontbreken van geduld – er een nacht over moeten slapen. En dan ’s nachts wakker worden met dat fonkelende en brandende antwoord. Zelfs des nachts kan ik passende oplossingen vinden, blijkbaar.

Dankzij Pippi Langkous’ prachtige uitspraak; ‘ik heb het nog nooit gedaan, dus denk dat ik het wel kán’, weet ik dat dit de enige juiste insteek is. En ook de enige waarmee je iets met een glimlach op je pokerface kunt volbrengen.

Such is life.

19 september 2018

Sneuneus

‘Het’ kwam binnen, en tegelijkertijd overviel me een gigantisch gevoel van medelijden of medeleven, dat laatste kan ook. ‘Dat’ gezicht wat moest behoren tot een vrouw, had ietwat te veel mannelijke genen opgenomen. ‘Haar’ gezicht had wellicht per abuis daardoor een lelijkheidsclausule meegekregen. Wellicht onbetekenend en een klein foutje van de natuur? Je weet het niet. Ik kan úren daarna er nog bezig mee zijn. Het waarom van zo’n foutje der natuur.

Het komische van het geheel, dat het verhaal dat ‘het karakter’ zichzelf had aangemeten, er ook een was van een overdaad aan mannelijkheid. Woorden als ‘mijn carrière’ – uit te spreken met een hete aardappel in de mond – alsook ‘organisatorisch verbinden’ werden om de haverklap uitgespuugd, als was ‘ze’ er trots op.

Dit zijn van die types die er hoe dan ook op uit zijn, om een bepaalde wrange nasmaak te genereren. Of misschien zoals ‘zij’ denkt, er respect mee te verkrijgen?

Hoe dan ook. Zo’n sneuneus heeft vanzelfsprekend het recht om van nature stupiditeit uit te stralen, en er hoe dan ook zelfs ongegeneerd misbruik van te maken….

Scroll Up