#WOT, deel 42: prikkels

Afbeelding van wanjunmei via Pixabay

Het #WOT-woord van vandaag had ook ‘deur’ kunnen zijn, of zelfs ’temperament’, maar ik wilde per se een overkoepelend woord voor datgene wat me hedentendage zo bezighoudt: prikkels. En in hoeverre je die zelf meester kunt worden.

Hoe is het mogelijk dat je met bepaalde mensen bijvoorbeeld zo goed door één deur kunt, en die anderen dan weer niet? Hoe is het mogelijk dat hiermee je temperament (lees: opvliegendheid) zo wordt aangesproken en then again, soms ook weer niet?

Mijns inziens ontstaat dat alles door een of meerdere prikkels, de signalen die je hersenpan binnenkrijgt en waardoor je min of meer gedwongen wordt te reageren of een bepaald gedrag te vertonen.

Het #WOT-woord van vandaag is:

Prikkels: Fysisch of chemisch verschijnsel dat door één der zintuigen wordt waargenomen en een reactie veroorzaakt of beïnvloedt: de causaliteit van gedrag.

www.ensie.nl

Interessant fenomeen

Die prikkels zijn een heel interessante gewaarwording.

En nu ben ik natuurlijk benieuwd naar wat jij me hierover kunt vertellen.

Ik lees het dan ook graag weer hieronder, in de reacties.

Schrijf je mee?

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verzin ik een woord waar je over kunt schrijven (bloggen, vloggen of ploggen). Niets moet, alles mag. Je kunt op ieder moment instappen. De vorige woorden kun je in het archief vinden.

Wis- en waarachtig

Afbeelding van Pexels via Pixabay

Drie hoofden voorovergebogen, zich buigend over wiskunde en dan voornamelijk algebra, was mijn lot. Mijn vader en broer serieus mij stimulerend aan de ene kant, ik giebelend en bij vlagen schaterend aan de andere kant. Want a + b maakt c, daar kon ik niet bij, dat was maar al te belachelijk voor mij.

Ik moet zo’n 13 of 14 jaar oud geweest zijn. Zat op het Triniteitslyceum in Haarlem in de tweede klas. De brugklas had ik al eens lachend over moeten doen. Want, lang leve de lol, mensen.

Ik had een fijne lerares, je-weet-wel, zo eentje die oprecht begaan was met haar pupillen. Zo’n vrouw die me zo graag de kneepjes van het vak wilde leren. Zo’n vrouw die vond dat meisjes net zo goed konden scoren met Algebra. En ik, die noem het puberteit, daar echt geen moeite in wilde steken. School was een concentratiekamp, zo durfde ik het immers destijds te noemen, en concentratie was wel het laatste waar ik geduld en tijd in wilde steken.

Ik had dan ook vriendinnen met datzelfde motto. Die hetzelfde pad volgden. En nu ik er op terugkijk heb ik die kostbare jaren zo vloeibaar als mijn hormonenwedloop weg laten lopen.

Na al die jaren kom ik tot de conclusie dat mijn puberteit voor mij een ‘living hell’ is geweest. Aan de ene kant te veel keuzes en mogelijkheden die ik never nooit zag. En aan de andere kant, waren daar die afleidingen. En slechte keuzes, zoals die eerste sigaret op dat sportveld achter de school.

Ik ging wel graag naar school, wat geen wonder was, want het was ook een toffe school. Al was het dan wel katholiek georiënteerd. En al had ik dan Bijbellessen, maar zelfs met die leraar kon je heerlijk zotte discussie mee voeren. Kan me al te goed herinneren dat de muziekklas mijn absolute favoriet was omdat de leraar net als ik een ware Beatlesfanaat was en we luidkeels de klassiekers mochten mee blèren.

Nu jaren later maakt die wiskunde en voornamelijk Algebra me echt nieuwsgierig. Snapte ik het echt niet? Want als je het mij vraagt nu, snap ik het wel. Ik zou me nu heel wat meer moeite getroosten om Algebra te leren vatten. Soms denk ik wel eens vertwijfeld, ga die HAVO eens halen. Al is het louter voor je eigen gemoedsrust en zelfvertrouwen.

Je zou er bijna voor terug naar school gaan…

#WOT, deel 41: jarig

Uit eigen collectie

Ja, komt u maar dóór met de felicitaties. Ik ben jarig vandaag. 55 Jaar jong. Dat is 35 jaar oud met 20 extra levenservaring. En nee hoor, het doet me niets. Nee, en dan ook écht níét. :-p

Het #WOT-woord van vandaag is:

Jarig: zijn verjaardag vierend.

Felicitaties

En nu zie ik er natuurlijk naar uit, dat alle #WOTters van deze gelegenheid gebruik gaan maken om eens een lofzang te houden op mijn persoon. Het hoeft heus niet al te complimenteus te zijn, wees eerlijk, maar niet té. Nee, hoeft niet. Wees vrolijk, steek de draak met me, weet je nog een leuke anekdote (mooi woord), aarzel dan niet deze te delen.

Ik doe als voorgaande jaren, vier het op de dag zelf klein. En ga in de week erna uit lunchen met vriendinnen dan wel kennissen. Dat om er toch een gezellige grootschalige gebeurtenis van te maken. Ach. Je leeft maar één keer, roept men.

En jij, wanneer ben jij jarig? Hoe wil je het vieren? Of heb je net als ik een grote hekel aan ronde-kring-verjaardagen?

Ik lees het weer graag in de reacties, hieronder.

Schrijf je mee?

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verzin ik een woord waar je over kunt schrijven (bloggen, vloggen of ploggen). Niets moet, alles mag. Je kunt op ieder moment instappen. De vorige woorden kun je in het archief vinden.

Getouwtrek

Image by Darby Browning from Pixabay

Volgens mij was het begin jaren negentig, dat ik ’s morgens opstond en voor mijn werk nog even gezellig The Flintstones keek, en terwijl ik mijn make-up aanbracht steels meekeek naar The Bold & The Beautiful. Toen al viel het me op. Er waren in die serie altijd 2 dames in geduchte touwtrekpartijtjes verwikkeld om maar liefst 1 man. En daar zet ik – nu nog steeds – mijn stekels van op.

De laatste tijd kijk ik de serie weer tijdens het avondeten, na een paar jaar het niet gemist te hebben, en de ene ergernis volgt de volgende op. Want wat worden er veel gesprekken in herhaling gebracht. Alsof de kijker het eigenlijk niet snappen kan of wil. Er wordt veel te veel gesproken in die serie. En te weinig actie, behalve nu dat Sheila nog blijkt te leven. Nog steeds is het Ridge vóór en Ridge ná. En aangezien ik altijd een beetje op de hand van Brooke ben, krijgt die verrekte Taylor bij mij geen kans. :-p

Mocht willen dat die Brooke ook een beetje genoeg verstand had verzameld om niet steeds weer weg te zwijmelen bij het idee dat mensen zijn (voor)bestemd.

Dat is natuurlijk de opzet van deze hele serie. Je moet ongewild partij kiezen voor de een of ander. En terwijl ik stiekem weet dat zo’n strijd niet gezond is, zeker niet tijdens je avondeten, kijk ik toch maar weer wél in de hoop dat Ridge het eindelijk een keer goed doet.

Want het is een lapzwans hoor, dat hij zich zo laat manipuleren door zijn ex, zoon- en dochterlief. Hij laat het hem allemaal maar vertellen. Geen greintje eigenwil vertoont ‘ie daarbij. Liefst zou ik hem persoonlijk eens door elkaar rammelen, totdat zijn breincellen weer in de juiste proporties vallen.

Nu het is me allemaal wat. Een goed boek zou me beter doen. Literatuur ofzo.

En toch, ik weet zeker dat ik morgenavond opnieuw zal kijken en weer hoofdschuddend alle perikelen waarneem. Ik weet zeker dat ik mezelf beloof dat het opnieuw de laatste keer zal zijn, maar dan toch…

Aardig zijn; maar wat heb je eraan?

Uit eigen collectie

Dat was het antwoord van een man, toen hij me vroeg hoe ik over een van onze nieuwe collega’s dacht. Natuurlijk had ik geopperd dat ik vond dat dat nieuwe collegaatje ‘aardig’ was, iets wat ik altijd roep als ik de persoon in kwestie nog niet goed genoeg ken om verdere uitspraken over te kunnen doen. En zijn spontane reactie was dat men ‘met aardig zijn niet ver komt’, want werkelijk waar, men heeft N.I.E.T.S. aan aardigheid. In eerste instantie was ik met stomheid geslagen. En met recht.

Aardig zijn is blijkbaar uit den boze, was mijn innerlijke reactie toen nog. Ik toog eens op verder onderzoek uit. En dit onderzoek heeft me letterlijk jaren van mijn leven gekost, kan ik je vertellen. De resultaten ervan zijn mijns inziens niet zo bijster positief.

En om je heel eerlijk te bekennen wil ik maar wat graag zelf wel ‘aardig gevonden’ (lees: uit beleefdheid) worden. Dat heet dat ik op gezette tijden positieve kreten uit naar een ander toe. “Dat doe je goed!” Of anderszins, in de vorm van een positieve bekrachtiging een wat diepgaander gesprek uit wil lokken. Mijn innerlijk (of is het intuïtie?) vertelt me immers dat vaker wel dan niet er toch een soort diepgang kan zijn, zelfs bij die mens waarbij je het het minst verwacht.

Bij de heren onder ons ontstaat dan gelijk een soort van lichtelijke paniek. Ze stellen maar al te snel in het vervolg van het gesprek dat ze ‘reeds bezet’ zijn in de vorm van een vaste relatie. Niettegenstaande (mooi woord) het feit dat ikzelf niet uit ben op een relatie met juist diegene, maar gewoon ‘aardig wil zijn’. En dat dit komischerwijze maar al te vaak verkeerd opgevat wordt. Het is dus geen verkapt aanzoek, heren. Het is gewoon een soort van meeleven, noem het welwillendheid, of een spontane uitbarsting van aangenaam koeterwalen. Daar hoeft men niet zo van te schrikken, hoor.

Bij de dames onder ons werkt dat bijna net zoveel wrevels in de hand. Als ik een goede bui heb, en roep, dat je haar zo goed zit die dag, betekent dat niets anders dan juist dát. Of dat je een leuke trui draagt, of die jaloersmakende schoenen, het zijn allemaal schijnbaar loze opmerkingen die maar al te vaak verstrekkende gevolgen hebben. Hoeveel complimenten mág iemand eigenlijk uitdelen zonder als slijmbal bestempeld te worden?

En dan weet ik plots weer waarom het zo belangrijk is dat je iedereen oprecht aardig benadert en minstens drie tot duizendenéén kansen moet bieden:

Everyone you meet is fighting a hard battle you know nothing about. Be kind. Always.