Tja, er zijn maar weinig mensen die het leven van poetsvrouw zullen ambiëren. En ook daar zit dan ook precies niet mijn kracht, hoewel ik ben voornamelijk een held in uitstelgedrag (dat rijmt, maar dat terzijde). Want ik kán het wél (yes, I can), maar alleen als mijn huishouden in het kort dreigt te imploderen van pure wanhoop.

Er zijn van die avonden, dat ik om me heen kijk in mijn wonderschone, edoch niet superschoon gekuiste appartement. En dan besef ik maar weer eens, dat aspiraties om die vleesgeworden interieurverzorgster (mooi woord daarvoor) te zijn of worden integraal door mijn genen zijn geraast en hoogstwaarschijnlijk hun uitweg hebben gevonden in mijn luiers. (En tja, destijds waren dat nog doodgewone katoenen luiers die men poogde uit te wassen met de hand. Nadat men ze bijna had doorgetrokken door het toilet. Kun je het je voorstellen? Blègh ende bah, tegelijkertijd?)

Ik heb nu verzonnen dat ik des morgens vaak wel op mijn best ben. Gedurende die net ontwaakte momenten dat liters koffie mijn keel smeren, vaak vergezeld van versgeperste sinaasappelsap, sta ik toch niet geheel in de startblokken. Neen. Ik neem daarvoor altijd de tijd.

Het punt waar ik maar mee zit, moet je weten, is het immer terugkerende euvel. Want hee, volgende week, en die weken erna, mag je weer hetzelfde doen. Steeds weer. En steeds opnieuw. Alsof je het écht leuk vindt. En routine, dé sléúr ervan, die weet ik steeds opnieuw weer te vermijden. Ook een kunst, als je er over nadenkt?

En neem nu bijvoorbeeld dat afstoffen en stofzuigen. Ik heb zo veel tierelantijnen en planten overal gepositioneerd, dat ik bij voorbaat al huiver om een stofdoek ter hand te nemen. Komt nog bij dat ik uiterst gevoelig ben voor dat krankzinnige lawaai die stofzuigers (en ook overige huishoudelijke apparatuur, iemand?) produceren, dat mijn temperament er bijkans lichtelijk opvliegend en boosaardig van raakt. Want je snapt, nadien is mijn huis dan wel gekuist, maar mijn stemming naar het volstrekte nulpunt gezakt.

Het enige waar ik me dan wekelijks wel zeer naar voeg zijn mijn groene planten, want stel je voor dat bloeiende planten blaadjes verliezen, zeg. Die moet je dan weer opruimen en deponeren in de groenbak. Maar mijn groene planten zijn me heilig. Als ik moet zing ik ze tegemoet tijdens het water geven, en spreek ze vooral moed in om maar te blijven groeien. En verrekt, daar doen ze het dan ook allemaal voor. Een beetje water, een weinig voeding, en vooral veel beetjes liefde dus. En af en toe wat frisse lucht, dat ook.

Je snapt, ik kijk elke avond eens kritisch om me heen als ik thuis ben. En dan denk ik dat ik de volgende dag toch écht iets zal moeten doén. Maar eens die ochtend daar is, kan het zomaar gebeuren dat ik reeds ‘vergeten ben’ en alle animo met de koffie en de sap zijn uitweg heeft gevonden. Net als toen, maar dan nu zonder luiers…

Over mij

Hee hallo, ik ben Irene, mijn nick is Pix, en ik blog sinds 2002. Mijn schrijflust doet me vaak naar het toetsenbord grijpen. Dat alles onder het genot van veel koffie en chocolate bites, gewoon omdat alles nu eenmaal veel mooie - en lekkere - flow vergt. Enneuhm..., mijn haar zit ook nog 'es altijd goed! Zie ook mijn about-pagina.

Je wil misschien ook genieten van:

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: