Ik eet veel ijsjes op het moment. Om de hoek hier is pas zo’n ouderwets IJsboertje van start gegaan met louter Italiaans ijs. Op de gekste momenten, dat verbaast me werkelijk, plopt het idee op dat ik wel een ijsje heb ‘verdiend’. Daaruit kun je afleiden dat ik er weinig tot geen elegante zelf-discipline op na houd.

Mijn toekomstbeeld vertroebelt er geen moment door. Ik waag het niet eens te denken aan de extra pondjes die ik rijker word. Ik leef nu immers. En ik zoek naar ‘instant’ bevrediging. Dat vind ik maf. En zo weinig elegant van mezelf.

Jong geleerd, stout gedaan, zou mijn slogan kunnen zijn.

Als ik vroeger een prik moest halen, beloofde moeders me altijd met het vooruitzicht van iets lekkers als een zak patat. Als troostvoer dus.

Die herinnering alleen al is ook zo’n ding. Aan de overkant waar wij woonden werkte een slager met een automatiek waar je op ieder moment van de dag een zak patat, of een kroket, knakworst en meer van dat soort ongein uit de muur kon trekken. Voor de prijs van een kwartje. En weet je, ik checkte altijd of de automaat leegliep. Dan ging ik de slager daarvan op de hoogte stellen en samen met de slagersvrouw – onderwijl mijn meest charmante zelf wegbabbelend – verse patat bakken. En weer die automatiek aanvullen. Was daar kind aan huis, dat begrijp je.

Slechts een mens stoot zich meer dan tweemaal aan dezelfde steen. De gewoonte is erin gehakt dat ik mezelf lekkernijen toesta nadat ik iets als een prestatie heb neergezet. Alsof je je kindertijd nooit te boven bent gekomen. Want verdien je werkelijk een ijsje als je een rotklus achter de rug hebt?

Ik neem mezelf nu voor dat ik ernstig nadenk over ‘Toekomstige Pix’ en mijn ideale figuur. Wie wil ik zijn? Hoe wil ik er uitzien? En daar aan te werken.

Mét een extra zakje discipline ter troost…