‘Tring! Tring!’
Mijn mobiel rinkelt. ‘Hallo, hier spreekt je mobieltje!’

Ik werp bijna achteloos een blik op het scherm van mijn iPhone, anoniem, nee natuurlijk, maar beantwoord het belletje. “Goedemorgen, met Irene van…!”

“Ja, goedemorgen mevrouw Van…, ik ben van de Volkskrant, en ik heb een interessant…” Voor hij verder kan babbelen zeg ik duidelijk dat ik geen interesse heb en verbreek de verbinding.

Binnen no time, word ik teruggebeld. “Ja mevrouw Van… het is jammer dat u zo onbeleefd bent om mij niet uit te laten praten…!”

Ik klik de beste man – die mijn stemming op deze zonnige morgen blijkbaar wil vergallen – direct weg.

Direct daarop word ik weer gebeld, en weer klik ik hem weg.

Op de drie daaropvolgende belletjes van hem reageer ik direct:

“Heeft u misschien een probleem in uw hoofd of mét uw hoofd? Dat u blijkbaar niet begrijpt, dat ik niet anoniem gebeld wens te worden? Of zijn er andere zaken waarmee ik vandaag rekening moet houden? Het is namelijk erg storend op deze manier! Wanneer begrijpen wij elkaar?”

Ik luister verder niet naar zijn mogelijke antwoord en klik het gesprek uit.

Waarop ik nog minstens tot een totaal aantal keren van twaalf word gebeld. En als ik opneem direct word weggeklikt.

Blijkbaar is deze man heel erg in zijn nopjes met de herhaalknop op zijn telefoon. En denkt hij dat ik misschien toch een abonnement zal nemen op de Volkskrant. Maar ik ben onverbiddelijk en word steeds bozer.

Er zijn weinig andere manieren waarmee je me zo op de kast kunt krijgen. De telefoon – en vooral dat maniakale anonieme bellen – werkt als een soort rode lap op mijn oren en normaliter vriendelijke houding.

Ik vraag me af, in hoeverre dit soort telecompraktijken écht werken. Ik snap dat de kranten moeten vrezen voor een teloorgang. Ik snap dat ze heel graag nieuwe abonnees willen krijgen en vasthouden. Maar als deze agressieve wijze – mét verwijten aan toe (lees: projecteren) – functioneel moet zijn, twijfel ik oprecht heel erg aan het IQ én EQ van de werkgevers van dit soort lieden.

Gelukkig zijn ze wel zo verstandig om een webcare-afdeling in stand te houden, die heb ik inmiddels gevraagd me nooit meer te bellen. Zo’n afdeling zullen ze hard nodig hebben, om de inmiddels agressief geraakte misgelopen cliënten van het vege lijf te weren. Want als het erop aankomt een mogelijke klant te leveren wat hij nodig heeft, zijn ze daar blijkbaar nog steeds niet achter bij deze krant…