Van je familie moet je het maar hebben. De indirecte maar nooit rechtstreekse hints ten aanzien van mijn seksuele voorkeur nog daargelaten. Het geharrewar omdat je al die jaren niet voldeed aan dat gruwelijke huisje-boompje-beestje-ideaal. De verzuchting en mededeling dat het geluk ooit ergens op me ligt te wachten. En dat men het best begrijpt dat ik soms eenzaam kan zijn. Ik kan niet anders dan erom grinniken.

Reeds toen mijn eerste vriendje riep: ‘Ik ben zo blij dat jij de weg zo goed weet te vinden in mijn keuken!’ sloeg ik op tilt en liep weg. Al konden we het nog zo goed vinden. Ik was echter niet van plan om me als zijn huishoudster te gedragen. Terwijl hij halfliggend, zijn benen ondersteund door een krat bier, naar alweer dat potje voetbal op tv keek. M’n hersenen voelden toen al een pijnlijk schisma. En dus sloeg ik op de vlucht.

Primair kan ik wel stellen dat het gros van de mannen van mening is dat een vrouw nog steeds als enige recht dat aanrecht heeft. En dat bleek vooral nadat de initiële verliefdheid overging in ‘liefde’. Ik ervaar dat terecht als een aanval op mijn toch al individuele natuur.

Wel moet ik eerlijk bekennen dat de periode rond mijn vijfendertigste een wat zware was. Broerlief ging immers wel voor die valkuil en bracht twee prachtige kids voort. Wat mij toen enigszins deed twijfelen. Moest ik dan toch zwichten voor die man en dringend op zoek gaan of Bewust Ongehuwde Moeder worden? Of zou ik in staat blijken het als een intellectueel vraagstuk te bezien die te verwaarlozen is?

Ik kreeg een heldere mening over kinderen, temeer ik me nog al te goed die tijd herinnerde. Ik vond kinderen eigenlijk helemaal niet leuk. Ja ze zijn wel leuk natuurlijk, maar vooral als ze je bij huil- en schreeuwpartijen weer kunt afleveren aan de rechtmatige partijen.

Ik sla eerlijk gezegd nog wel eens in paniek als ik denk aan mijn oudedag-voorziening. Bijvoorbeeld als ik de huidige vereiste mantelzorg-toestanden zie en meemaak. Wie zal er dan voor mij zorgen? Terwijl ik hoop dat tegen die tijd zo’n berucht euthanasie-spuitje reeds gemeengoed zal zijn.

Ondertussen houd ik me geniepig afzijdig van de relatie-perikelen van familie, vrienden en kennissen. Lach ik in mijn vuistje omdat ik ergens vind dat al die mensen er toch maar mooi zijn ingestonken, dat ideaal. En ontwikkel ik mezelf door vriendjes te worden met mezelf in de wetenschap dat ik dan wezenlijk niet alleen zal zijn. Volgens mij is die vondst alleen al het grootste geluk dat je jezelf kunt schenken…