Beneden in de hal staat een boekenkastje. Uit die kast mag men boeken meenemen, lezen en ook weer doorgeven. Er zijn geen verplichtingen aan verbonden. Sinds die kast daar staat, staren die covers en titels me bijna dwingend aan.

Soms word ik getrokken door titels als: ‘Het huis van 1000 dromen’. Zo ben ik. Ik bevind me als altijd – ietwat zweverig – ergens tussen hemel en aarde. Ik neem zo’n boek dan – bijna stiekem – mee naar huis. Ik waag het een pagina of twee te lezen, en daarna – bijna teleurgesteld – leg ik het weer neer.

Altijd op een opvallende plek, want mocht een bezoeker dit huis betreden, dan wil ik natuurlijk graag als een belezen mens overkomen.

Dat verbaast me zelf nog het meest, want in wezen was het louter een goed gekozen titel. Wat me dan kort intrigeerde, maar niet lang en pakkend genoeg om door te lezen. Zo waag ik het dus bij zo veel boeken.

Eergisteren vond ik dan het boek van mijn dromen: ‘De Alchemist’ van Paulo Coelho. Het is geen dikkerd, dat boek, maar de teksten zijn me op het lijf geschreven. Het is zelfs zo erg dat ik bijna niet verder durf te lezen omdat ik bang ben voor de waarheden die me om de oren zullen worden geslagen. Dus viel ik half in slaap tijdens het lezen en wurmde het boek onder mijn hoofdkussen. In de hoop dat iets van de magie ervan in mijn hoofd zal belanden. Voor altijd.

Als ik zo’n boek in mijn ‘bezit’ krijg, weet ik dat ik het meermaals zal lezen. De magie van de schrijver heeft me deze middag een paar uur lang in alle rust en sereniteit uit het raam doen staren. Van buitenaf hoor ik geluiden van kids die buiten voetballen, spelen en jengelen. De barbeque-geuren daarbuiten penetreren mijn neusgaten en laten me inzien dat het inmiddels tijd is zelf ook iets te gaan eten. Ik sta dat mezelf toe, en weet dat ik daarna mijn ogen weer het leesvoer gun waar ze zo naarstig naar zochten. Gevangen. Om te resetten en gaan, gaan, gaan…