Zijn onafscheidelijke hond lag wat stoïcijns naast hem. Oogde wat scharminkelig en was van het slag vuilnisbak. Was vast doof voor de accordeonist, daar voor de supermarkt vlak onder mijn raam.

Terwijl ik aan kwam lopen bespeurde ik een grote glimlach op zijn baasjes mediterraanse gezicht waardoor er enkele zwarte gaten in zijn gebit oplichtten. Zijn haar was authentiek verfomfaaid. Zijn kleding moest nodig eens door de wasstraat.

Steeds dezelfde melancholische deuntjes herhalend, vroeg ik me af of ik hem geld zou geven elders te spelen. Keek de hond eens aan, wat mijn maag deed knorren.

Ik pakte achteloos mijn knip, strooide al mijn losgeld in de pet en gaf een olijke knipoog. Als dank ontving ik een diepe buiging…