Op Valentijnsdag nam ik ’t heft in eigen handen. Ik fröbelde met eigenste nerveuze handen een kaartje voor buurman. Die had me een week eerder in de lift giga complimenten gegeven over mijn kapsel en uitstraling die dag. Terwijl ik me op dat moment heel down voelde, kreeg hij het enigszins voor elkaar met z’n warme opbeurende woorden direct al m’n zintuigen te spitsen op zijn persoon. Hoe grappig is het als je geheel onverwachts dan pas iemand opmerkt?

Hij is lang. Hij is blond. Hij heeft een goed figuur en rook op dat moment naar een verfijnde after shave geur. Zelfs toen ik een geintje plaatste over m’n blondie hairstyle: ‘Maar ook een beetje dom?’ kon hij het niet nalaten serieus te blijven over z’n complimenten. Kortom. Waarom had ik deze man tot voor kort nog niet ontdekt?

Beneden in de supermarkt kwam ik erachter. We raakten in gesprek. Hij bleek er, twee deuren verderop, nog niet zo lang te wonen. Hij was duidelijk heel aardig. Maar zoals zo vaak laat ik me door het stempel ‘aardig’ niet zo ringeloren. Iedereen is aardig immers.

Vorige week liep ik dus richting zijn brievenbus en overtuigde me dat het naamkaartje bij de bel maar éénsoortig was. Met andere woorden: hij woont niet samen.

Aarzelend duwde ik mijn kaart door het gat van de brievenbus. ‘Wat als ik me toch had vergist in het nummer van zijn woning?’ ‘Wat als hij al een vriendin heeft?’ ‘Wat als…?’

De hele week durfde ik haast niet naar buiten en was ik als de dood hem – zelfs in de lift – tegen te komen met slecht nieuws. Elke dag keek ik nieuwsgierig in mijn eigen snailmailbox of hij misschien een tegendaad had verricht? Maar niets van dat alles.

Disappointed!’ dacht ik meermaals en zakte in zak en as. Beloofde mezelf nooit meer iets te doen wat ook maar enigszins lijkt op het nemen van initiatief. Het wachten op een tegenreactie is altijd vreselijk frustrerend en duurt vaak té lang. En ik sla mezelf achteraf meermaals op m’n kop. Waarom kan ik niet wachten? Waarom moet echt altijd ikzelf die eerste stap zetten, al had hij me dan eerst complimenten gegeven?

Tot eergisteren.

Ik liep hem totaal onvermoed in de gang tegemoet. En in het voorbijgaan zei hij: ‘Dank voor je kaartje!’

‘Vond je het leuk?’ was mijn vraag erop.

‘Ja, schattig! Ja, echt!’

M’n hart maakte een sprongetje. En je kunt je voorstellen dat er steeds meer vraagtekens bij mij rijzen…

(Wordt beslist vervolgd.)