Schrijven en ik – dat klikt bijzonder – omdat ik puur uit verveling mijn verbazing zo fijn kan schetsen. Het scheelt daarnaast enorm dat ik kan voorkomen alweer een strippenkaart aan te moeten schaffen bij de dichtstbijzijnde psycholoog, want ik heb mijn bewuste psyche immers zodanig ontleed dat ik na dat schrijven vaak content genoeg ben.

Mijn vingers laten dansen op het toetsenbord is tegelijkertijd één der moeilijkste taken, omdat:

  • ik iets vereeuwig wat louter een momentopname is
  • ik besef dat een geschreven tekst ‘harder’ binnenkomt
  • ik zodanig spitsvondig wil zijn dat men me gelijk helemaal snapt

En ik me realiseer dat hetgeen ik schreef altijd nóg béter kán. Blijk ik steeds wéér die gevangene in dat miraculeuze spel van ons alfabet.