Mijn hart stond gisteravond pardoes stil, en slingerde heen en weer, steeds terug naar mijn verstand. Heel even, ademloos – en wit weggetrokken – observeerde ik de berichtgeving over Parijs, de stad van de ‘liefde’. En wat men daar onderging aan haat, pure haat.

Ik las berichten over mensen die in een SMS smeekten om een politie-inval omdat terroristen hun slachtoffers één voor één executeerden. Tegelijkertijd las ik dat andere Parijzenaren hun huizen spontaan openstelden door middel van een simpele hashtag: #portesouvertes. Dat laatste verwarmde mijn hart dan weer voor heel even, omdat dat soort liefde het enige antwoord is.

Ik sliep slecht vannacht en liet mijn computer maar aanstaan. Tussen het sluimeren door, merkte ik dat het me niet losliet, en checkte steeds het laatste nieuws.

Jochem Myjer zegt het raak vanmorgen: Laten we in vredesnaam onze kindjes nog heel even laten geloven in een sprookje als Sinterklaas. Ze zullen later nog genoeg van dit soort onhebbelijkheden voor hun kiezen krijgen. Laat de intocht van Sinterklaas voor velen een droom mogen zijn die niet uit elkaar spat. We hebben sprookjes en wensdromen – nog – té hard nodig om te kunnen overleven.

Mijn hart weet dat piekeren de zorgen voor morgen niet wegneemt, maar mijn verstand roept dat we wel kracht voor vandaag inboeten. Angst hebben is niet het antwoord. We zullen moeten veranderen wat we niet aanvaarden. Samen.