Wij stapten vanmiddag even in de auto om een bezoek aan de Gemeente te brengen. Om de pret te vervolmaken zouden we wat drinken op een van de vele terrasjes die Haarlem rijk is, en tenslotte de musical Mama Mia, here we go again! gaan zien in een bioscoop. En ik mag wel stellen, dat eigenlijk alleen het terrasje me goed is bevallen.

Nu valt het me altijd op dat veel boel mensen bij de Gemeente zitten en die drukte me tegenstaat. En dat ik eigenlijk helemaal niet houd van musicals.

Daarnaast is zo langzamerhand het autootje pesten in Haarlem – zoals in elke andere grote stad – een ware rage geworden, al ligt er dan wel een ondergrondse parkeergarage pal naast de ingang van de Gemeente. Hoe dan ook kun je vanuit waar ik woon in Haarlem-Zuid beter met de bus gaan, ware het niet dat di mams tegenwoordig wat moeilijker te voet gaat met een rollator. En ik moet eerlijk bekennen, dat ik sinds ik mijn auto heb verkocht een aantal jaren geleden, nog steeds niet zo gewend ben aan het Openbaar Vervoer. Ik moet daar beslist wat meer moeite voor doen.

Ik heb in het centrum van de stad gewoond, waar ik mocht genieten van de vele aria’s door dronkelappen in de tegenovergelegen portiek. Ik heb een poosje op het platteland even buiten Haarlem gewoond, waar ik leerde dat komkommers werkelijk waar niet in blik uit de grond worden gestampt. En woon nu al weer het grootste gedeelte van mijn leven in Zuid, waar men je bij de ochtendwandeling weer prettig een fijne dag toewenst. Zo langzamerhand kent ‘men’ mijn gezicht en ik dat van ‘hun’. Zelfs hier in de lift is deze lichting van flatbewoners aangenaam, wat me wezenlijk beangstigt.

Ergens denk ik te veel te leven binnen een comfortzone, of wordt dat me nu aangepraat? Want waarom zou je je hele leven aan Haarlem willen kluisteren?

Maar hoezo snak ik dan eigenlijk naar iets nieuws, anders, beters? Waar komt die behoefte ineens vandaan?

Tegenwoordig betrap ik mezelf erop vaker dan noodzakelijk op websites te speuren naar andere woonruimte with room for a pony. Of zelfs een SUV te willen waar ruimte is voor een kei-grote hond of twee. En dat ik na een maand of twee op rasse schreden zal willen terugkeren naar deze stad, mijn verleden, en dat oh zo bekende. Soms denk ik ook dat ik aan een spontane woningruil wil beginnen omdat mijn Zuidwestelijk gelegen appartement iets te warm aanvoelt tijdens deze menopauze. Terwijl ik zeker weet dat ik mijn knalrode glanzende keuken op korte termijn zeer zal gaan missen.

Zijn dat die doelen, waarvan ik meende ze niet te hebben? Omdat ik nu eenmaal raar ben, en trots te stellen, dat ik weinig ambities ken in het leven? Of zijn dat onbereikbare dromen, die fijn lekker lang mee gaan?

Om dat te testen zal ik me morgenmiddag weer eens verschansen op een een terrasje mét mijn laptop. Om mijn tijdelijke ontevredenheid te testen in een geluksmoment waarvan ik me mag afvragen, of ik die elders ook zo zal proeven…