Vanmorgen belandde ik na lange tijd weer in ZEN-modus. Dat heeft alleszins te maken met de wijze waarop sommige instanties en dus mensen communiceren, waardoor ik sinds weken een ongemakkelijk gevoel kreeg. Gelukkig slaap ik al voordat mijn hoofd het kussen kan bereiken, dus ik heb er niet veel van wakker gelegen. Ik voelde me alleen wat onrustig sindsdien.

Bij vraagtekens, durf vragen te stellen

De enige oplossing – en daar kwam ik pas te laat achter natuurlijk – is dat ikzelf vragen, vragen en nog meer vragen stel. Zodat ik weer helderheid krijg in de aard van die communicatie en mijn eigen positie nader kan bepalen.

Draai de situatie eens om en leg het probleem terug

Het punt is, dat ik soms op mijn strepen meen te kunnen staan en ‘denk’ dat ik wel weet wat de situatie behelst. In wezen moet je alles loslaten, en die ander confronteren met de vraag wat er nu eigenlijk van je verwacht wordt. Vaker wel dan niet blijkt, dat men überhaupt niets anders wil dan je te informeren over je situatie, maar dat voor het gemak ‘vergeet’ erbij te vermelden.

Ergens stelt het me dan weer gerust dat informatie + daaromtrent vragen stellen = wetenschap. Is rust. At ease. Punt.

En dat je voor jezelf bepaalt dat niets werkt zonder een vraagteken. Waarna wijsheid. Waarna je je afvraagt what the fuss was all about?

Vage helderheid

Ik besef dat deze vaagheid niets verduidelijkt, louter dat ik mezelf maan in het vervolg altijd VRAGEN te stellen, zodra ik me ongemakkelijk begin te voelen. En dat is een voornemen, wat ik mezelf moet leren inprenten. Het is ook een voornemen waar die ander zich op kan gaan instellen. Voor elke vraag, een wedervraag, wat ik je brom. Al is dat dan verdomde onbeleefd…