Dit schreef ik ongeveer twee jaar geleden:

‘Inmiddels had ik elk donker hoekje van mijn ziel wel gezien. Dacht zelfs dat alle problemen die ik had ik zelf automatisch aantrok, vanwege mijn psychische gesteldheid, of was het die genetische bepaling? En what’s worse, na elk bezoek aan zo’n zenuwsloper, de naam die ik ze later zou geven, voelde ik me geen haar beter worden. Integendeel, ik werd er steeds zwakker en meer timide van. Het was ook niet erg bevredigend dat ze het altijd maar met me eens waren. Als ik zei dat ik iets op een bepaalde wijze aanvoelde, bevestigden ze prompt dat enigszins verwrongen zelfbeeld wat ik had. Nooit een terechtwijzing, altijd maar weer die affirmaties.

Soms kon ik er ook wel de humor van inzien. En vroeg ik me af, of ze niet gewoon spotten met mijn persoonlijke situatie om me zo op het rechte pad te krijgen. Al is dat wat vergezocht in mijn geval.

Soms had ik er ook gewoon geen zin meer in. Weer zo’n sessie die uitliep op een tranendal. Vooral als er ook anderen aan zo’n bijeenkomst meededen, en hun problemen op tafel gooiden. Want het was after all hun tafel toch niet! Het belandde echter wel altijd weer op mijn schoot en schouders bovendien. Ik trok me het allemaal heel persoonlijk aan. Droeg al die problemen als een gigantisch schip op mijn schouders. En voelde me nadien steeds labieler worden.

Ik kreeg er wat van, naast de stapels aan facturen die dat gaat opleveren.

Ik besloot te stoppen met de eindeloze therapie-sessies. Maar misschien ook omdat ik werd geconfronteerd met een aantal problemen die zich danig roerden. Waaraan ik wel moést werken. Die problemen moest ik stelselmatig aanpakken. Eén voor één. Beetje bij beetje.

Needless to say, was nadien dat moment gekomen dat ik door mijn persoonlijke manier van aanpak wat zelfvertrouwen opbouwde. En merkte ik op dat ik in oplossen erg goed werd. Alles wat me niet zinde werd in die bak met afval gemieterd. Elk probleem dat zich aandiende werd rücksichtslos uit mijn leven gebannen. Aan gewerkt. Mee gedeald. Ik deed echt alles om alle problemen stelselmatig aan te pakken. Net zolang tot er geen vuiltje aan de lucht meer was. Geen wonder, want there’s only so much you can handle at one time.

Dat zelfvertrouwen wat het me opleverde deed me inzien dat ik – ja, zelfs ik – ook een mens van vlees en bloed was. Zelfs ben. En deed me nóg sterker in m’n schoenen staan. Gaf me zelfs het gevoel dat ik als persoon wel okee ben.

En toen was daar de dag dat ik mijn afspraak met de psych zomaar opeens afbelde. Ik had het niet meer nodig. Ik was ík geworden. Ik kieperde de rest van de zielenknijpers ook uit mijn leven. En sindsdien vertrouw ik altijd weer en voor de rest van mijn nog te leven leven alleen maar op mezelf…’

Ik besefte toen nog niet goed, dat het zó belangrijk is om naast een behandelplan ook naar een behandelduur te vragen. Op een gegeven moment moet je voor jezelf de stappen durven wagen, die je zet naar een onafhankelijk leven. Zonder dat je een of andere ‘peut over je schouders laat meekijken naar je leven. Zonder dat hij meer vragen op je afroept dan antwoorden kan geven. Immers, die antwoorden weet je al, zijn binnen in je aanwezig, als je het eenmaal durft weer alleen die stappen te zetten. Voor het leven…