Flauwvallen van woede, dat was helemaal mijn trekje vroeger. Mijn moeder heeft me een aantal keren op de bank neer moeten leggen in de peuterpuberteit. Ohnmächtig. Dan was ik zo aan het driftkikkeren, dat er een soort van kortsluiting ontstond in mijn koppie. Ik zag dan ook sterretjes. En raakte als dwingeland gewoon even van de wereld. Geen nood, daarna was de storm in mijn hoofd weer gewoon over. En in staat weer een ‘normaal’ leven te leiden.

Vandaar dat elke vorm van irritatie – wat blijkbaar uit den boze is – tegenwoordig als trend vermeden dient te worden. Men houdt daar niet van.

What’s worse, vrouwen mogen never nooit niet boos worden. Blijkbaar siert dat ze niet. En als het wel gebeurt, dan is men blijkbaar heel verbaasd. Opeens. En daar kan ik dan weer heel erg pissig over worden. Nog pissiger dan dat ik in den beginne al was.

Want waarom zou een vrouw niet boos mogen zijn? Ik zou er bijna van gaan stampvoeten.

Ik heb daar eens wat research naar verricht. Blijkbaar behoort boosheid tot toxic eigenschappen als angst, jaloezie, klagen, roddelen, zorgen maken, gaan gillen als iets niet gaat zoals men wil, vasthoudendheid en wrok. En echt, ik maak me af en toe schuldig aan het hebben van dat soort minpuntjes. Blijk ik toch mens te zijn.

Leven zonder af en toe sterretjes te zien, dat gaat me nog niet zo goed af. Blijkbaar is er af en toe een spreekwoordelijke laatste druppel. En laat ik me dan niet meer – getroffen als door een bliksemafleider – paaien.

Ik weet wel dat je van je hart geen moordkuil moet maken. En dat zou baat kunnen hebben bij het voorkomen van die overlopende emmer. Echter, in mijn optiek is niet alles bespreekbaar, en hoeft dat ook niet te zijn, wat mij als vrouw dan weer kenmerkt. Bovendien zijn sommige zaken op satanische wijze ook niet voorspelbaar, naar blijkt.

Tenslotte is in communicatie altijd datgene het belangrijkst wat niet wordt besproken. En horen wat er niet werd gezegd…