Ik kleur tegenwoordig wat meer buiten de lijntjes. Stiekem. Ik bedoel, ik ben single. En potdorie, het leven gaat dóór. Ik sta niet stil. Het leven ook niet. Soms voel je die klik met een man. En je laat je dan behoorlijk ringeloren door zijn status. Van getrouwd zijn, met soms volwassen kids al. Hij heeft een leven, maar ík ook. En ergens tussendoor ontmoet je elkaar, kijk je diep in elkaars ogen, en weet je dat je weer die zielsverwant tegen het lijf liep. Want maar één soul mate gedurende één leven: get real. En my ass.

Wat valt er bovendien te verbieden aan steelse blikken over en weer? What oh what, is het verbod op genadeloos flirten zo nu en dan als die ander gebonden is, wil dat toch niet zeggen dat jij niet verliefd kunt raken? En dat je stiekem hoopt dat die ander, hoewel je dat natuurlijk allang weet – immers blikken zeggen genoeg – van hem, die vlinders in zijn buik ook voelt?

Ik geniet er stiekem van. Dat ademloze snakken naar een blik. Een woord van die ander. Een blijk van genegenheid. Ik adem op zo’n moment wat meer leven uit. Ik weet weer dat ik lééf.

En toch, ik doe mijn best die ander – die andere vrouw – niet te beschadigen. Ik vind dat mensen zo min mogelijk gekwetst moeten worden. En dus streef ik ernaar, toch een beetje binnen de lijntjes te blijven. Flirten: okee. Van elkaars gezelschap genieten: geweldig.

Ik weet dat ik verder niet meer of minder verwacht dan dát. Het is voor mij immers genoeg om te weten dat die ander middels zijn blikken of spontane uitingen bekrachtigt wat ik allang aanvoelde.

Ik geniet van aandacht. Ik geniet van zijn / haar sympathie. Ik kan er daarna ook weer een flinke tijd tegen. Het leven. Ik weet immers dat er meer dan één zielsverwant bestaat. En who knows, what’s lurking around the next corner?