Een beetje strijd in een mensenleven is gezond, roept men. Maar allemachtig-nog-‘es-an-toe-zeg, wat ervaar ik een moeite met de wetenschap dat mensen die ooit innig op elkaar verliefd waren, zo’n hel voor elkaar menen te moeten creëren. En ik vraag me nog altijd af, waar de noodzaak voor zo’n vechtscheiding werkelijk is begonnen. En op welke manier denkt men elkaar blijvend te tacklen, zo’n kwart mensenleven lang, totdat men inziet dat haat en nijd toch niet dat antwoord kunnen zijn?

We worden immers vanuit religieuze standpunten geacht een huwelijk te sluiten voor een leven lang. Elkaar bij te staan in goede én slechte tijden. En het heeft eeuwen moeten duren eer dat de vrouw bij zo’n huwelijksgelofte niet langer de belofte hoefde uit te spreken dat zij haar echtgenoot te allen tijde zou gehoorzamen. Mijns inziens is niet alleen zo’n altaar-ceremonie wat ouderwets, de geloften mogen ook wel eens nader worden bekeken.

Ik las ooit een boek van John Cleese, die overigens ook zijn ex-vrouwen openbaar hekelt, dan wel het feit dat hij geacht wordt die wat prijzige alimentaties – en er zelfs voor op tournee moet – te betalen, waarin hij stelt dat alle (ex-)vrouwen in zijn leven soort van een nieuwe levensfase hebben ingeluid. En eigenlijk vind ik dat niet eens zo’n gekke argumentatie.

Ik geloof er heilig in dat een mens verandert gedurende zijn leven. Inderdaad, onderga je verschillende fasen. Ik kan me zo voorstellen, dat men in een huwelijk niet tegelijkertijd à la dezelfde neus eenzelfde richting opwijst. Of nog steeds met elkaar door één deur wil, na verloop van tijd. Het is maar om het even, wie welk richtingsgevoel heeft op een bepaald moment. En waar je naar toe wil. Uiteindelijk.

In een bijzonder gelukkige uitkomst, stel ik nog maar bitter weinig vertrouwen. Voor mij blijft de hamvraag… kies ik voor een echtgenoot, of echt genieten? Joh, ik geloof dat ik dat antwoord al weet…