Het leven kan me soms knakken, maar als rechtgeaarde vrouw zal ik de volgende dag opstaan. Een bezoek aan een kapper brengen, en wat nieuwe kleding aanschaffen. Om daarna het leven te vieren met een wijntje of meer.

Zo bedacht ik gisterochtend – met dat gruwelijk mooie weer in aantocht – dat ik danig behoefte heb aan een inloopkast. ‘Ja, wie niet?’ Hoor ik je zeggen. En echt, mijn kledingkast is reeds proportioneel van formaat. Het is mijn eigenste instelling waardoor het toch steeds weer een chaos wordt.

Ik heb kledingstukken hangen waaraan soort van een waarde hangt. Emotioneel, je kent het wel. Zo kan ik absoluut geen afstand doen van die ene zwarte fluwelen jurk – uit het jaar voor de prehistorie begon – omdat toen ik het droeg een ex me daarom ten huwelijk vroeg waarop ik antwoordde met: “Nee, laten we dat niet doen!” Ik heb gouden muiltjes waarop ik alleen kan strompelen dan wel wankelen – want zijn het slag party animal – want ooit zal ik die rode loper toch moeten betreden. En dan heb ik ze maar alvast. Je snapt, ik heb eigenlijk een adviseur of psychiater nodig om me te ondersteunen in deze malaise.

Gisterochtend moest ik er toch aan. Dat of de wasmachine eens een draai geven. Ik heb vervolgens mijn brein op non-actief gezet. Mijn hart ging er van de weeromstuit van protesteren. Mijn ego heb ik Γ  la balconia geparkeerd met een wijntje. En toog aan de slag.

Zonder aarzelen en zonder pardon heb ik afscheid genomen door kledingstukken – lees: hele levensfasen – uit mijn leven te bannen. Alles waar ik maar een beetje twijfels bij had, mocht weg. Het waren uren van rechtgeaarde paniekaanvallen, want man, oh man, hoe gehecht kun je zijn aan het verleden?

Een paar uur later zeeg ik uitgeput neer op mijn sofa. En kon reeds bijna proeven wat het creΓ«ren van ruimte me in de nabije toekomst zou opleveren.

En nu, er zit niets anders op. Ik zal opnieuw memorabele herinneringen moeten gaan maken met iets nieuwers. Ach ja, zo houd je in ieder geval de economie zelfstandig draaiende…