Dé ironie (oh, daar heb je haar wéér). Vanmiddag vond er een discussie plaats op Facebook. In ’t kort: men stoort zich aan taal- en spelfouten, wat soms heerst (en echt, ik zie dat ook) in de Blogosphere. En terwijl men zich in zo’n discussie mengt, begaat men zelf taal- en spelfouten en wel om mij de les te lezen omdat ik meen te mogen stellen dat het toch best wel de boodschap is wat telt. Nee én ja. Ik bedoel maar.

En goh… Punt 2. Men is allemaal zo vreselijk vol van authenticiteit, dezer dagen. Men wil allemaal uniek zijn. En dat is natuurlijk best logisch in een westerse wereld waarin we allemaal zijn opgevoed om uitzonderlijk te zijn. We wonen nu eenmaal niet in Japan waar ze elkaar eerst aftasten om te verifiëren of een welgemeende lach op zijn plaats is als men bijvoorbeeld een film in een bioscoop gaat zien.

Toch kom ik in mijn beroep als webdesigner louter mensen tegen die van hetzelfde laken een pak willen. Dat is: ‘men’ ziet een WordPress-theme, schaft het aan en doet vervolgens die uiterste best om dat wat zij elders gezien hebben, na te bootsen – hetzij hetzelfde van de theme producent dan wel wat zij elders van een concullega ook gezien hebben – op hun eigen webstek.

Is dat nu wat we met z’n allen nastreven? Diezelfde kieskeurigheid wat bepaalt of die ander inderdaad wel die boodschap te melden heeft? Wordt dat bepaald door het ontbreken van taal- en spelfouten? Moet alles zo precies perfect klinken? En willen we allemaal dezelfde lay-out? Waar blijft dan die verdomde authenticiteit?

En natuurlijk ben ik zelf zó bescheiden dat ik weet niet beter te zijn dan de rest & wijs genoeg dat daar het verschil ligt. Maar dan nog: ik scoor wél graag punten. Bij dezen:

Tekstperfectie: de volmaaktheid van tekst begint als de boodschap tot de lezer doordringt én als je freaking awesome durft te zijn.

Mijn boodschap: blog/rock ón…