Al jarenlang stap ik zonder jas naar buiten om zo’n kankerstokje aan te steken. En hoewel ik dan zo’n halve sigaret rook, was het dit keer genoeg om me te vloeren. Niet een gewone verkoudheid wat lijkt op een beetje griep: nee, algehele malaise. De Lente kan me dan ook niet snel genoeg arriveren.

Maar aangezien ik van de week bij moederlief logeerde en mijn uitzicht daarbuiten een groot plein was, kon ik heerlijk meegenieten van de scènes die zich voor mijn ogen voltrekken.

Men is onderweg naar de supermarkt beneden. Kids die snel, sneller, snelst naar en van school aan de overkant worden gehaald. De bistro aan de overkant waar men reeds superenthousiast de tafeltjes en stoeltjes buiten stalden wat moest doorgaan voor een terras. Kortom: je hebt altijd wat te zien daar aan dat plein.

Een nog jonge vader die trachtte zijn zoon te enthousiasmeren voor dat prachtige elektrische autootje met afstandbediening, maar het kindje dat zich meer interesseerde voor de voetballende jeugd verderop. Mensen die hun hondje uitlaten, hoewel je je kunt afvragen wie wie nu werkelijk de straat opstuurt. De vele gesprekken die je vaak woordelijk kunt verstaan en die soms tot hilariteit en verbeelding spreken. Zelfs telefoongesprekken die worden gevoerd middels smartphones kun je meeluisteren.

Het meest komische moment is dat een man onder het balkon vroeg of hij van mij een vuurtje mocht, waarop ik mijn aansteker naar beneden wierp. En hij na zijn sigaret te hebben opgelicht, het ding weer omhoog gooide en ik hem opving.

Soms is dat alles genoeg voer om een blogpost over te schrijven, maar meestal vergeet ik te snel – in the heat of the moment – wat ik daarnet zag. En al die taferelen leveren genoeg stof tot schrijven of nadenken op. Het verbaast me daarom zelf ook, dat ik zo weinig schreef de afgelopen weken. Ik ga beslist mijn leven beteren…