Technisch vernuft op di blog

Voor de perfectionist onder ons zal het wel een gruwelijk statement zijn, maar ik vind dat je met een website nooit echt klaar bent. Vandaar de vele aanpassingen hier. Elke dag vind ik wel een ‘klein dingetje’ waar ik aan wil werken. En het verveelt me letterlijk nooit. ‘Het aanklooien in deze garage‘ vind ik zelfs nog interessanter dan mijn statistieken. Want hee, je raakt nooit zo kant en klaar, of het hapert hier of daar.

Maar ik denk nu toch wel weer klaar te zijn met dit design (op naar de volgende?!). Voornamelijk mijn About-pagina heeft een upgrade gekregen. En daar ben ik beslist weer een beetje trots op. Zo trots dat ik er nu maar een blog over pen want hee, volgens mij heeft nog niemand er naar gekeken. šŸ˜‰ Misschien moet ik een wedstrijd starten, wie de mooiste About-pagina heeft? Lijkt me een spannende ontwikkeling in de blogosphere.

Het grappige is wel dat ik steeds meer uitnodigingen ontvang voor samenwerkingen. Maar hee, tot op heden heb ik mijn site schoon gehouden van te veel reclame-uitingen. En dat wil ik volgaarne zo houden.

Enfin, voor diegenen die het hoe willen weten, het WordPress-theme dat ik gebruik is Writee. Ik vind de voorpagina qua blogposts een prachtige uitstraling hebben. Eerst de titel, daarna pas de uitgelichte afbeelding, en dan een korte inleiding tot de post. Dat is iets wat de meeste WordPress-themeproducenten niet helemaal door hebben. Ik vind een posttitel belangrijker dan de afbeelding. Daarna een “lees verder” met eventueel de social media-deelbuttons en het aantal reacties. Ik ben overigens nog geen theme tegengekomen die dit mooier weergeeft dan deze.

Ik werk trouwens graag met Elementor Page Builder. Van alle paginabouwers is dit degene met welke ik het creatiefst uit de voeten kan en waarbij ik direct irl resultaat zie. Voornamelijk omdat Elementor dat linkerpaneel heeft waarmee je kunt werken. Al vind ik dat Elementor niet bepaald gericht is op de bloggers onder ons, want WordPress is natuurlijk bij uitstek geschikt als websitegenerator. Mag de pret niet drukken. Ik zoek altijd naar een WordPress-theme die blogs profileren. En maak het dan met Elementor tot een gehele website-uitstraling waar je blij van wordt.

En als jij er als lezer ook (maar) blij van wordt, dan is onze dag weer goed. Wat jij?

Geheugenfeitjes

JƔren geleden alweer kocht ik mijn huidige stalen ros. Niet bijzonders, het is een tweedehandsje. En als ik er tijdig aan denk om de banden goed op te pompen, is het best wel een plezier om ermee weg te fietsen. Al zijn die afstanden beslist minimaal te noemen. Anyways, ik kocht die fiets, maar kon me dus niet meer herinneren of ik er een reservesleutel bij had ontvangen. Mijn geheugen verdringt dat soort toch wel belangrijke feitjes steeds weer meer naar de achtergrond. Ik zou zelfs zweren dat ik het echt niet meer weet.

Het leven gaat door. En ik ruimde de chaos in mijn keuken eens op. Af en toe wil ik wegens het voorkomen van die dagelijkse sleur alles eens opnieuw indelen, en dat betreft vooral mijn keukenblad. Wil ik dan meer ruimte creƫren om voedsel te kunnen prepareren, vooraleer ik weer eens echt ga koken. Nu stonden er ergens in de hoek twee schalen met allerlei rommeltjes erin. En ik dacht, laat ik die rommeltjes dus ook beter reorganiseren. Wat is het nut immers van diverse rommelhoekjes als je het kan minimaliseren tot louter ƩƩn rommellade?

En wat vond ik daar? Juist, die reservesleutel van mijn stalen ros. Ietwat opgelucht was ik wel nadien.

Over een andere boeg

Van de week kreeg ik ook nog die gave mail met een vraag van Frank, omdat hij zijn oudere blog, punkey.com, weer in zijn geheel wil opnemen in zijn huidige blog. Volg hem. Hij blogt leuk en goed. En je kunt je ook abonneren op zijn nieuwsbrief.

Hij had ergens een back-up staan, welke link hij me doorstuurde, en na wat neuswerk mijnerzijds begon ik weer enthousiast.

Maar hemeltjelief, wat moest ik weer diep graven in mijn geheugen. Net als Frank, begon ik met bloggen in 2002, in het (content management) systeem Pivot. Daar stond die back-up gelukkig. Dus al wat ik hoefde te doen, was een reeds bestaand script in het vervolg op Pivot: PivotX zetten en vervolgens een export proberen te krijgen vanuit PivotX ten behoeve van WordPress.

Het leek simpel en dat was het ook, dankzij al die scripts die reeds aanwezig zijn. Ware het niet, dat ondertussen al die php-versies (de taal die dat soort systemen bezigen) danig zijn opgehoogd, en mijn geheugen niet meer bijgehouden heeft, welke wanneer precies van belang was. Toch wel een heikel dingetje, werd dat.

Ik heb drie pogingen gedaan, met wat ploeterwerk en onderhuidse implosies (mooi woord) mijnerzijds, en dankzij mijn MAMP (server op eigen computer) is het uiteindelijk gelukt. Yihaa! Het was compleet. Ik hoefde alleen nog maar dat *.xml bestand aan Frank toe te sturen, zodat Frank het zelf kan importeren binnen zijn WordPress-installatie en bepalen wat hij daaruit nodig heeft.

Tot slot

Dat ge-oetel en gewroet in mijn geheugen en de feitjes ermee verbonden is echt een heikel dingetje aan het worden. Ik heb me dus voorgenomen per mailvraag een dossier aan te gaan maken. Met alle bestanden die ertoe doen. En een tekstbestand waarin ik inga op de uitvoering van hoe ik dat nu precies gedaan heb. Zo dan. Dan kan ik nadien nog eens teruggrijpen en hoef ik niet meer zo na te denken over hoe ik zulks nu tot stand heb gebracht. Met jezelf communiceren lijkt me de sleutel en achteraf ook erg handig, dan weet je dat verrekte geheugen weer eens van het slot te krijgen immers.

Then again. Zoals Loesje.nl al roept… ‘Als je Ć©cht alles onthoudt, hou je geen vrije denkruimte meer over’.

Over de niche die ik maar niet vinden wil

Letterlijk elke avond als ik met een been het bed instap, tel ik mijn lichtpunten van de afgelopen dag. Voor het gemak vergeet ik dan maar de ergernissen die het leven soms ook verrassend interessanter maken. Da’s zomaar een insteek als je meent dat je jezelf eindelijk beter in je vel voelt steken.

Want wat blijft er nog over om over te schrijven als je meent dat je gelukkig bent met jezelf en je leven? Dan kun je een keertje van de daken schreeuwen dat je een blij ei bent, dat kun je zelfs meerdere keren doen, maar uiteindelijk zal dat je lezer gaan tergen of erger, zelfs ergeren. Dus schreef ik maar even niets, de afgelopen maand.

Gelukkig is de zomerperiode aangebroken, dus valt het niemand op dat ik me even op een onbewoond eiland waande.

En gelukkig weet ook niemand van de twijfels die ik heb ten aanzien van mijn eigen schrijfcapriolen. Want sinds 2002 heb ik zo’n beetje – althans voor mijn gevoel – alle onderwerpen in mijn bestaan wel toegelicht en beschreven. Dus restte mij de vraag, valt er dan nog wel iets te schrijven?

Maar een leven zonder schrijven vind ik dermate saai en ik vraag me dan ook meermaals af, of en wƔt ik achterlaat, zo zonder werk, man Ʃn nageslacht. Mijn feline vriendjes kunnen het je immers niet navertellen.

Daarnaast weerklinkt nog altijd – al jĆ”ren en stiekem – de vraag van die schrijver die meende mij te moeten vertellen dat ik helegaar niet kĆ”n schrijven. Neen, ik vroeg hem niet wat en hoeveel hij van mijn blogposts hij ooit eerder had gelezen. Want hij riep nadien gelijk dat tenzij ik bij hem persoonlijk een cursus ga volgen, want hee, ja, dat verandert de zaak natuurlijk spontaan. En ergens weet ik dus ook waarom men dat zomaar mag roepen. Al kwetst me dat in het diepst van mijn ziel.

Ik meen nu dus te weten, dat persoonlijke belangen van anderen er blijkbaar meer toe doen en dat kwetsende uitspraken richting mijn persoon daarom kennelijk wel degelijk mogen. Alleen daarom al, keer ik hem die andere wang toe, en schrijf dĆ³Ć³r. Omdat ik nu eindelijk meen te weten wat men bedoelt met ‘Happiness is a warm gun!’

Cocon

De tanden die ik in het leven heb gezet – tot circa dat beruchte 35ste levensjaar – staan nog al te vers in mijn geheugen gegrift. Misschien was ik er al vroeg bij, die midlifecrisis? En ik wil je niet al te zeer vermoeien met mijn wat pijnlijke geschiedenis. Of het nou het verlies van een partner betreft. Of die never ending stroom aan reorganisaties bij de bedrijven waar ik werkte waardoor ik mocht afvloeien wegens te oud of te duur. Of dat armzalige punt waarop je denkt, zal ik dan kiezen voor het Bewust Ongehuwde Moederschap?

Het resultaat was wel dat ik me ietwat terugtrok in mijn eigen cocon, maar niet helemaal… want ik voelde immers danig de behoefte om te gaan schrijven. Dat laatste was wel zo’n dringende of dwingende – zo je wil – inquisitie, want ergens hoopte ik daarmee toch dat contact te blijven houden met de wereld om me heen.

Hoe dan? Wel, net op tijd roerden het fenomeen Internet, en dat aanverwante artikel bloggen, hun staarten.

Veilig

Dat cocoonen van mij was een gevoelsmatige beslissing, besef ik nu. En leek des te meer aanlokkelijk, omdat ik veilig thuis van achter mijn desktop toch een klein beetje kon meegenieten – als van achter een gordijn – van hen die tanden bleven zetten in hun bestaan. Misschien zocht ik ook wel stiekem naar blijvende herkenningspunten, want rond die tijd was ik gigantisch gedesillusioneerd. Niet alleen in de wereld, maar ook met name in mezelf.

Survival tripping

Als ik daar nu op terugkijk, zie ik dat ik ergens een bepaald houvast probeerde te vinden. Heel aarzelend – in eerste instantie – begon ik te bloggen. Ik had niet echt dat vertrouwen dat ik me kon meten aan de bloggers die destijds al roelden. Integendeel. En toch was ik gefascineerd door de open blik. De herkenning. Of herkenbaarheid.

Het feit alleen al, dat men zich openstelde en openbaarde op deze grote schaal, waardoor iedereen mocht meelezen dan wel meegenieten. En zelfs kon reageren. Of door andermans blog dusdanig geĆÆnspireerd raakte dat men ook begon met bloggen. Bloggers die het begrip lifeloggen verder wisten uit te breiden. Of weer een nieuwe, maar evenzo gepassioneerde weg, vonden.

Al die mensen – ontdekte ik vaak heel verrast – zijn net zo hard op zoek naar de zin van het leven. Of ontdekten hun manier van ‘zin’ door het zelf te schrijven. Alsof ze zelf – onbewust – een soort van overlevingstocht ervan brouwen.

Immers, omdat die reactiemogelijkheid aanwezig is bij bloggen, kon men zichzelf daarmee goed rechtvaardigen of moest men zich soms zelfs verdedigen.

Mensen vinden altijd weer een weg

Over de jaren heb ik heel wat blogposts mogen lezen en vond het altijd weer interessant dat men zich op een bepaalde manier wist te manifesteren. Dat men door dat manifesteren weer een zinvolle invulling vond in zijn bestaan.

Immers, iemand die schrijft vertelt onwillekeurig zijn verhaal. Een goede lezer leest tussen de regels door.

Op actie volgt reactie.

Bijna stiekem kon men van achter die faƧade toch blijven groeien en bloeien. Een beetje steun vinden.
Of zelfs tegengas, als de appel te zuur werd volgens zijn volgers.

To spice things up or not

Mensen vinden altijd weer een weg om hun leven met wat extra peper in hun achterste spannender te maken als in ’to be or not to be’. Is het niet bewust, dan toch wel onbewust. En net zolang totdat ze zelf weer genoeg krachten hervinden om weer in het midden van het leven te kunnen staan. Of dat nu via een blog is of andere kanalen zoals microposten via bijvoorbeeld Twitter of Facebook.

Ook dit is een reactie

Dat wilde ik eigenlijk toevoegen of vertellen aan onze Koning naar aanleiding van zijn Kerstspeech toen hij zei: “… Steeds meer mensen houden hun digitale deur het liefst dicht en nemen alleen nog kennis van ideeĆ«n die hun groepsgevoel en mening bevestigen.
Met dit alles kan iets essentieels verloren gaan…”

Of aan Obama met betrekking tot dit interview.

Conclusie

Het maakt werkelijk geen donder uit hoe men zijn tanden laat zien, want hoe mooi is het, als een mens zichzelf – met elkaar Ć³f alleen – in die zin schetst of hervindt? Ergens mag dat best een sprankje hoop bieden.

Even over het concept: 'Blog'

Soms ervaar ik wat moeite met woorden, neem nou het woord: Blog, als je dat uit dient te spreken. Visueel zie ik dan iemand een oeverloze en voornamelijk teugelloze woordenbrij uitspugen. Ik ben dan ook niet trots op het woord. Daarom vertel ik het de meesten dan ook niet, dat ik blog.
Al staan mijn domeinnamen wel fier onderaan mijn e-mailhandtekening natuurlijk. En promoot ik mijn meest recent gepubliceerde posts wel overal, waar ik het op zijn plaats vind. Zelfs mijn familie weet dat ik blog, en recentelijk kreeg ik een complimentje als ze dachten dat ze mijn posts hadden gemist, terwijl ik gewoon weer eens aan het worstelen was met mezelf.
Maar ik dwaal weer eens af, het woord: ‘Blog’ zit me danig dwars. Ik heb dus eens gekeken naar alternatieven, maar die zijn er niet veel. Althans niet in onze taal. We hebben webdagboek, zelfkrant en zelfs webrubriek, maar in de meeste gevallen omschrijven ze totaal niet wat ik beoog met mijn schrijfsels.

Maar waarom dan toch meedoen?

Ongeveer vijf keer per week, en vanzelfsprekend altijd die keer dat ik meen iets te mogen plaatsen, gaat mijn innerlijke criticus wat intensieve vragen stellen. Met voornamelijk de vraag: ‘Hoe interessant is dit voor die ander?’
Ik voer aldus iedere keer een enorme strijd. In mijn kop. Lastig wel, want ik zie een ander wat wenkbrauwen fronsen, driftig nee schudden, en in het ergste geval: direct deze domein wegklikken.
Pas als ik heel demonstratief tegendraads dan mijn tong uitsteek tegen mijn innerlijke criticus, kan ik weer naar hartenlust iets schrijven. En nu besef ik dus plotseling wat mij persoonlijk drijft: ik wil toch een klein beetje zo’n tegendraadse revolutie tot stand brengen. Blijkbaar schuilt dat diep binnen in me.

Meestal zie ik schrijven als geschenk

Want ik mag stiekem ineens mijn spinsels, zelfs mijn gevoelens, ‘delen’. En men vindt er soms, heel complimenteus, een stukje herkenbaarheid in. Blijk ik toch ook een mens te zijn, zelfs al rebelleer ik stiekem tegen dat wat ik zelf ook het minste begrijp. Dat idee, dat rebelleren, dat uit zich maar minimaal in mijn schrijfsels, achteraf beschouwd. Het is louter het concept, vermoed ik, dat ik kĆ”n revolteren tegen het principe dat men de ‘vuile was niet buiten dient te hangen’. Dat ik me verzet tegen dat schijnbare stilzwijgend accepteren van oeuvres die er wel degelijk toe doen.
Godfried Bomans riep eens dat ‘men de drang om te schrijven moest wantrouwen, maar de wens om te formuleren dan weer niet.’ En zie daar ook weer dat stukje, dat men ogenschijnlijk zelf helder wil hebben, waar het om draait in het leven. In feite maak je dat eigen kleine stukje universum veel groter, daarmee.
Bloggen is voor mij dus dat pikante tintje aan mijn leven. Dat ondubbelzinnige obscene: ‘Kijk mij eens, ik publiceer dat zomaar!’ Gewoon scrabeus revolteren. Doet u mee?