Mijn eigenste sollicitatieblunders

Uit eigen collectie

Eigenlijk was ik voor een sollicitatiegesprek nooit echt mijn relaxte zelf. Wat heet: ik was altijd supernerveus. En dat wreekt zich dan op gruwelijke enerverende wijze. Het leek mij wel leuk om die bloopers eens in een blogpost te melden. Opdat jij er lering uit trekt.

Waar ging het fout?

  1. Ik ben altijd bang te laat te komen. Dus rijd ik de route vooraf liefst een paar keer. En arriveer dan op het afgesproken tijdstip minstens twintig minuten té vroeg. Men roept dat vijf minuten voordien aankomen genoeg is, maar hoe plan je dat in met files etc. these days?;
  2. Ik doe niet aan voorbereiding tekstueel. Aangezien ik altijd vermoed dat gesprekken net iets anders verlopen dan dat ik denk, laat ik mijn voorbereiding maar voor wat het is. Maar ja, het is toch wel handig om te weten, waarom jij de meest geschikte kandidaat bent, en dat je andere minpunten kunt benoemen dan gruwelijk ongeduld (omdat je even niet op iets anders kunt komen);
  3. Altijd té overdressed. Ik kleed me altijd iets te netjes voor de functie. En ik ben daarna dan die sloddervos die vooraf nog even een toilet bezoekt en een ladder in de panty trekt, of dat de achterkant van mijn rokje nog half in mijn rokje hangt te slobberen. Maakt geen goede indruk als je niet gewend bent aan zo’n levensstijl;
  4. Durf niet te melden dat ik koffie met suiker en melk drink. Want ik begin terstond te bibberen (alweer die nervositeit) als ik zo’n zakje suiker of melk in de koffie pleeg te doen. Met als resultaat dat ik rustig dat kopje omver stuiter en de halve vergadertafel onder ligt. Lachwekkend, achteraf, dat dan weer wel;
  5. Ik stelde geen gerichte vragen over mijn potentiële nieuwe functie. Nee, eigenlijk was ik louter opgelucht dat we dan aan dat bittere eind van zo’n gesprek waren gekomen, dat ik zo gauw mogelijk weer weg wilde. Jammer wel.

Tip: vraag aan bekenden

Durf te vragen aan je ouders, collega’s, je buren, je vrienden- en kennissenkring wat nu jouw plus- en minpunten zijn. Waar je goed in bent. Wat men zo waardeert aan je. Schrijf dat op. Vooral de minpunten kun je ombuigen naar positieve antoniemen. Weet ook voorbeelden te benoemen, waarin die eigenschappen naar voren kwamen. Aarzel niet om gerust over jezelf een beetje op te scheppen. Dat noemt men zelfbewustzijn. En moest men eigenlijk vanaf de lagere school al leren.

Dertig jaar later

Nu, járen later, besef ik, dat ik die jaren een ongelooflijk overbezorgd tutje was die niet kon inzien dat zo’n gesprek voor beide partijen informatief kan zijn. En dat het voor beiden een oriëntatie is. Zet eens een gezellige boom op met die mensen. Een wederzijdse uitwisseling van ideeën. Dat mag. En wordt gewaardeerd. Wees niet, net als ik, dat angstige tutje van vroeger, die al schrok als iemand tegen haar sprak. Stap eens over die verrekte verlegenheid, je verdient het.

Overtuigingskracht

Toch is het me ooit eens gelukt om een geheel andere baan te verkrijgen waartoe ik niet eens was opgeleid. Hallelujah. Ik stapte dan ook in dat gesprek met het donkerbruine vermoeden dat het me niet zou lukken. En onverwachts, werd dat gesprek zo gezellig en spontaan leuk, dat ik die lui heb kunnen overtuigen de juiste kandidaat te zijn. Nooit eerder was ik zo blij. En daarna verliepen de gesprekken dan ook veel soepeler. Ik moest waarschijnlijk eerst een verwachting loslaten, er onverhoeds in stappen, overtuigen, en doodgewoon gewaardeerd worden om mijn eigen krachten.

Wat jij?

Ken jij ook die grappige verhalen van sollicitatieblunders? En hoe sta je er tegenwoordig dan in? Ik hoor het graag in de reacties.