In dat land van mysteries en verwonderingen

Vroeger was ik een echte leesmuts. Ik verslond boeken tot zo rond mijn 25ste. Daarna stopte het. Ik vond mezelf maar saai, en het leek wel alsof ik vond dat ik alles reeds gelezen had. Zo van, ‘been there, seen that, done that‘. Maar wat ik reeds hoopte is, gedurende deze coronacrisis, wonderwel gelukt. Hoera, ik lees weer!

Al moet ik er dan nu wel bij bekennen, dat ik absoluut niet naar een boek mag kijken alvorens ik mijn klusjes die dag heb geklaard. Daarna ben ik vrij om te doen, te gaan staan waar ik wil, en te lezen tot ik uiteindelijk in een diepe slaap kukel. Die me meevoert in eindeloze dromen voor wat betreft mijn eigen schrijfcapriolen.

Het is ook wel een dingetje hoor, dat je jezelf willens en wetens zo laat meezuigen in andermans verhaal. Alsof je stiekem een kijkje neemt in het brein van die ander. Waar je je heerlijk kan verwonderen over wat die ander zoal bezighoudt. En wat dat verhaal voor een effect heeft op jouw denken en doen en laten. In je dromen en daarnaast. In real life.

Nu mag ik wel bekennen dat ik hoopte mezelf zo rond mijn 25ste levensjaar ook een auteur te noemen. Stiekem jaloers ben ik, op hen die een verhaal in boekvorm kunnen vertellen. En het is vanzelfsprekend een nijpende ijverzucht van me, getuige dit blog.

En ooit zal het me gebeuren dat ik dan een bundeling van de meest in het oog springende columns ga regelen. Het lijkt er tot die tijd verdomd veel op, dat ik nog zoekende ben in dat land van mysteries en verwonderingen, naar die bepaalde niche. Een eigen stijl, waarvan ik weet dat het lezenswaardig is.

Tot die tijd zul je het op deze manier met me moeten stellen.

Resetting and go go go

Beneden in de hal staat een boekenkastje. Uit die kast mag men boeken meenemen, lezen en ook weer doorgeven. Er zijn geen verplichtingen aan verbonden. Sinds die kast daar staat, staren die covers en titels me bijna dwingend aan.

Soms word ik getrokken door titels als: ‘Het huis van 1000 dromen’. Zo ben ik. Ik bevind me als altijd – ietwat zweverig – ergens tussen hemel en aarde. Ik neem zo’n boek dan – bijna stiekem – mee naar huis. Ik waag het een pagina of twee te lezen, en daarna – bijna teleurgesteld – leg ik het weer neer.

Altijd op een opvallende plek, want mocht een bezoeker dit huis betreden, dan wil ik natuurlijk graag als een belezen mens overkomen.

Dat verbaast me zelf nog het meest, want in wezen was het louter een goed gekozen titel. Wat me dan kort intrigeerde, maar niet lang en pakkend genoeg om door te lezen. Zo waag ik het dus bij zo veel boeken.

Eergisteren vond ik dan het boek van mijn dromen: ‘De Alchemist’ van Paulo Coelho. Het is geen dikkerd, dat boek, maar de teksten zijn me op het lijf geschreven. Het is zelfs zo erg dat ik bijna niet verder durf te lezen omdat ik bang ben voor de waarheden die me om de oren zullen worden geslagen. Dus viel ik half in slaap tijdens het lezen en wurmde het boek onder mijn hoofdkussen. In de hoop dat iets van de magie ervan in mijn hoofd zal belanden. Voor altijd.

Als ik zo’n boek in mijn ‘bezit’ krijg, weet ik dat ik het meermaals zal lezen. De magie van de schrijver heeft me deze middag een paar uur lang in alle rust en sereniteit uit het raam doen staren. Van buitenaf hoor ik geluiden van kids die buiten voetballen, spelen en jengelen. De barbeque-geuren daarbuiten penetreren mijn neusgaten en laten me inzien dat het inmiddels tijd is zelf ook iets te gaan eten. Ik sta dat mezelf toe, en weet dat ik daarna mijn ogen weer het leesvoer gun waar ze zo naarstig naar zochten. Gevangen. Om te resetten en gaan, gaan, gaan…