En toch afbranden… dat knaagt!

We hebben wat af gediscussieerd destijds, waarbij ik me eerlijk gezegd van de schrik een beetje afzijdig hield, in de mails tussen de leden van het inmiddels ter ziele gegane aboutblank.nl. Dat debat ontstond naar aanleiding van een recensie mijnerzijds. Een van de nieuwste leden E. vond – en terecht – dat mijn review wat te lief en te lovend richting de kersverse auteur (tevens blogger) was.

Iemand afbranden is makkelijk

Ik was toen van mening, en eigenlijk nu nog steeds, dat het heel makkelijk is een ander dusdanig de grond in te boren, dat hem voorgoed de wens om ooit nog één zin te schrijven wordt afgenomen. Iemand affikken is zo makkelijk. Nee, dan toch maar liever die poging wagen een positieve recensie te pennen. En vooral in de laatste zin nog even die zin toevoegen dat die kersverse auteur een ‘veer verdient voor de moeite’, waarbij al het voorgaande van mijn eigen review alsnog teniet werd gedaan.

Recenseren is nog best een zware taak

Maar eerlijk is eerlijk. Hoe positief kun je zijn? Destijds sloeg ik dan ook wel dat te reviewen boek open, en moest ik oprecht moeite doen me door de eerste alinea’s heen te worstelen. Waar anderen in zulks een review graag zouden lezen: ‘verfijnde observaties’ en auteur bezit een ‘vloeiende schrijfstijl’, dacht ik werkelijk zelf dat het maar pompeus en intellectueel gewauwel was. Soms schreef ik dan toch maar die positief gestemde recensie maar liever niet. En gaf dan aan, dat ik dacht dat een ander het beter zou kunnen verwoorden. Alles was immers beter dan die auteur af te schrijven.

Risico’s nam ik niet

En waarom niet, eigenlijk? Misschien was ik wel een beetje angstig dat de lezer zou denken dat ik jaloers zou zijn op de auteur. En dat is gelijk weer zo’n projectie. Ik deed er echt alles aan, om dat maar te voorkomen. Waarbij je jezelf niet toestaat een risico te nemen om een gegronde mening neer te zetten, als ik al vond dat mijn mening er enigszins toe deed.

Conclusie

Gisteren schreef ik die review over een mijns inziens totaal mislukte TryOut van Erik van Muiswinkel. Tijdens het schrijven prentte ik mezelf in, dat het hem zou sieren als hij mijn input, mijn inzichten, zou meenemen louter om zijn eigen show te verbeteren. Dus publiceerde ik die blogpost, en aarzelde ook niet hem te mentionen in een tweet ter promotie van deze blogpost.

Achteraf dacht ik echter, dat het me veel te makkelijk was afgegaan, dat afbranden. Waardoor die twijfels voorgoed weer begonnen te knagen. Deels ben ik het eens met Loesje.nl, dat je beter dat muisje kunt zijn dat aan fundamenten knaagt. Terwijl ik dan ook weer van mening blijf, dat zeggen wat je denkt, juist ook iets aardigs mag zijn.

Dit blíjft dus een interessant vraagstuk, als in dat dat twijfelen mijnerzijds beslist een raakvlak heeft met zo’n ingewikkelde wiskundesom.

Review boek: 'Zo, nu ben je wees'

In wat voor wereld wonen en leven we, als we twee tieners na hun wees worden toestaan om alleen verder te ploeteren en worstelen? Rouwverwerking is moeilijk, maar dit verhaal grijpt me aan omdat de rest van de wereld weinig of niet weet om te gaan met emoties van anderen. Laat staan in het bieden van concrete ondersteuning, als één of beide ouders plotsklaps komen te overlijden. In de jaren negentig van de meest recente eeuw, overkwam dat @Jojanneke en zij schreef hierover het boek ‘Zo, nu ben je wees‘.

Ik herken het maar al te goed uit persoonlijke ervaringen na het overlijden van mijn eigen vader. Omstanders weten zich geen raad, zijn waarschijnlijk te bang voor de emotionele put die men denkt open te trekken. En verzuchten dan maar al te makkelijk woorden als: “het leven gaat toch dóór” en “je moét verder”. Het punt is, dat er maar bitter weinig onderscheid wordt gemaakt tussen eigen emoties en die van de meest betrokken personen. Die ander is er blijkbaar bang(er) voor de eigen emoties niet de baas te zijn. En zo blijven emoties ‘hangen’.
Emoties in een rouwproces zijn nog steeds een prangend taboe. Het maakt niet uit, wie het treft, maar ze zijn er potdorie wél. So, deal with it.

Ik herken ook dat nalaten van ondersteuning waar het zo simpel is. Het uit zich niet door iemand te laten weten altijd klaar te staan. Maar wel, in het bij tijd en wijlen zélf dat initiatief te nemen om een moment suprême te prikken en er daadwerkelijk te zijn voor die ander.

Zelfs als je geacht wordt volwassen te zijn is iemands overlijden of meer dan één ouder moeilijk te behapstukken. Laat staan als je nog niet volgroeid bent.

In dit boek beschrijft @Jojanneke de anekdotes die haar zo trefzeker zijn bijgebleven van die nare periode. En biedt ze handreikingen hoe het wel zou moeten.

Dat is beslist geen sinecure, maar wel een absolute must, want weeshuizen bestaan sinds halverwege de twintigste eeuw niet langer. En wie biedt die 3800 of meer kinderen die jaarlijks wees worden dan de broodnodige support? What’s worse, hoe moeten zij zien te overleven als er weinig of niets aan handvatten aangereikt worden?

Jojanneke heeft dat met dit boek weten te volbrengen. Haar schrijfstijl is openhartig en eerlijk. Het boek grijpt me van het begin bij de strot en zal ook voor anderen een leerzame ervaring zijn. Zelfs als je ouder bent en ouders verliest kan ik dit boek aanraden. Chapeau.

Pagina’s: 128
Prijs: € 17,95
Uitgever: WeesWijzer, Eos Online Communicatie
ISBN: 978-90-820232-0-6