Boos

Photo by Pixabay on Pexels.com

Zou zweren dat ik begon met bloggen omdat ik me regelmatig boos maakte. Dat ik ervaringen had, waarover ik dan geërgerd in de pen kroop, hetzij om het van me af te schrijven, dan wel een van mijn beruchte Open Brieven te publiceren.

Tegenwoordig valt het me op, dat de onderwerpen waarover ik zou kunnen schrijven met grote regelmaat afvallen. Omdat ze té persoonlijk zijn. Omdat ze door de mand vallen vanwege mijn toch al te strenge Innerlijke Criticus. Omdat ik me misschien wat meer ZEN voel, dan vroeger. Of misschien heb ik alles al wel eens geschreven.

Nu, dat is onzin natuurlijk.

Aangezien je regelmatig van standpunt kunt en mag verschillen, blijven onderwerpen altijd weer interessant, als je het tenminste vanuit een bepaald oogpunt kunt benaderen. En nieuwsgierig blijft.

Dat bracht mij nader tot het doen van een persoonlijk onderzoekje:

  1. Waarom maak ik me sinds kort minder boos?
  2. Word ik inmiddels gezapig (bedaard, bezadigd, gemoedelijk, kalm, kneuterig)?
  3. Denk ik té pragmatisch, dat wil zeggen, los ik alles dan maar stilzwijgend, en desondanks zuchtend en steunend, op?
  4. Wil ik me niet al te veel opwinden?
  5. Waar blijft mijn nieuwsgierige én onderzoekende aard dan, want de resultaten van een mooie blogpost spreken toch voor zich? Zelfs als dat vorm kreeg door boosheid.
  6. Zie ik het nut van je af en toe boos maken nog wel?
  7. Berust ik in de nadelen van mijn mogelijke boosheid?
  8. Of ben ik bang dat mijn vertoornde blogposts niet begrepen zullen worden? Immers, een vrouw die boos is, kan eenvoudig niet.

Ik staarde eens naar de betekenis van boos:

boos (bn): gebeten, geërgerd, giftig, grammoedig, gramstorig, grimmig, kwaad, nijdig, prikkelbaar, toornig, verbolgen, vergramd, verstoord, vertoornd, woedend, wrevelig. boos (bn): boosaardig, kwaadaardig, kwaadwillig, slecht, snood, verdorven, vijandig, zondig.

Wrevelig

Je snapt, ik ben met grote regelmaat wrevelig over mijn eigen acceptatie van het Zijn der Dingen. Ik moet en zal alles Im Frage Stellen. En het liefst zou ik de hele dag schrijven. Lukraak. Over van alles en nog wat. Maar dus niet zomaar. Er moet iets moedwilligs achter zitten, wat mijn kriebels in de vingertoppen dan verklaart.

Kortom, ik wil weer terug naar die boosheid. Dat was toch wel een veilige omgeving waar ik lekker plompverloren kon schieten op alles wat me niet aanstond. Dat ZEN-zijn is immers zo laf. Zo halfslachtig. Zo smakeloos ook. Er moest eens wat meer peper in.

Wellicht dat ik mijn grenzen dan weer kan overschrijden. En dat ik mezelf die peptalk weer kan geven om weer vlammende blogposts te pennen. Want zomaar niet kunnen schrijven, daar maak ik me dan nog bozer over.

Sterretjes zien

Flauwvallen van woede, dat was helemaal mijn trekje vroeger. Mijn moeder heeft me een aantal keren op de bank neer moeten leggen in de peuterpuberteit. Ohnmächtig. Dan was ik zo aan het driftkikkeren, dat er een soort van kortsluiting ontstond in mijn koppie. Ik zag dan ook sterretjes. En raakte als dwingeland gewoon even van de wereld. Geen nood, daarna was de storm in mijn hoofd weer gewoon over. En in staat weer een ‘normaal’ leven te leiden.

Vandaar dat elke vorm van irritatie – wat blijkbaar uit den boze is – tegenwoordig als trend vermeden dient te worden. Men houdt daar niet van.

What’s worse, vrouwen mogen never nooit niet boos worden. Blijkbaar siert dat ze niet. En als het wel gebeurt, dan is men blijkbaar heel verbaasd. Opeens. En daar kan ik dan weer heel erg pissig over worden. Nog pissiger dan dat ik in den beginne al was.

Want waarom zou een vrouw niet boos mogen zijn? Ik zou er bijna van gaan stampvoeten.

Ik heb daar eens wat research naar verricht. Blijkbaar behoort boosheid tot toxic eigenschappen als angst, jaloezie, klagen, roddelen, zorgen maken, gaan gillen als iets niet gaat zoals men wil, vasthoudendheid en wrok. En echt, ik maak me af en toe schuldig aan het hebben van dat soort minpuntjes. Blijk ik toch mens te zijn.

Leven zonder af en toe sterretjes te zien, dat gaat me nog niet zo goed af. Blijkbaar is er af en toe een spreekwoordelijke laatste druppel. En laat ik me dan niet meer – getroffen als door een bliksemafleider – paaien.

Ik weet wel dat je van je hart geen moordkuil moet maken. En dat zou baat kunnen hebben bij het voorkomen van die overlopende emmer. Echter, in mijn optiek is niet alles bespreekbaar, en hoeft dat ook niet te zijn, wat mij als vrouw dan weer kenmerkt. Bovendien zijn sommige zaken op satanische wijze ook niet voorspelbaar, naar blijkt.

Tenslotte is in communicatie altijd datgene het belangrijkst wat niet wordt besproken. En horen wat er niet werd gezegd…