Even langs de tietenpletter

Van de week mocht ik weer, conform de oproep van het Bevolkingsonderzoek, even door óf langs de tietenpletter. Ik stapte er enigszins laconiek in, zie geen beren op de weg, want de vorige keer was het een piece of cake immers. Geen pijntjes, geen gedoetjes, niets van dat alles. Bovendien heeft mijn lichaam genoeg spekkie spekkie opgebouwd om elk pijntje te ondervangen, zo dacht ik.

Nu dat heb ik geweten of béter gezegd: wél gevoeld. Ik had de eer een vlotte jonge dame voor me te hebben die me niet echt zachtzinnig in de door haar gewenste poses en door het hele gênante proces manoeuvreerde. Te beginnen, nee ik ben niet preuts, maar sinds een paar jaar gaat mijn pronte voorgevel nu toch echt wel zuidwaarts. Eer ik er toe over ga halfnaakt een kamer binnen te stappen, zonder schaamte (en ja, waarom eigenlijk?), en zonder ze te bedekken met mijn beide armen, gaat er wel wat moed inspreken vooraf.

Maar gelukkig hoef je niet bang te zijn voor afwijzende reacties. En dat kamertje waar de opnames geschieden is dusdanig donker, dat de weinige lichtinval het geheel wellicht wat poëtisch aandoet. Maar hoogstwaarschijnlijk drong mijn schaamte en dat super gênante niet eens tot haar door. Ze trok even hier en vervolgens ook nog even daar, negeerde die anderhalve meter afstand straal. En hup, ram, kebang, och, de pletter erop. Ik verwachte min of meer dat ze geamputeerd waren, nadien. Nu zou ik daar in verband met mijn wat kwetsbare rug niet eens zo’n bezwaar tegen hebben, maar dan toch.

Moet je tijdens het moment van röntgenopname ook nog even je adem inhouden. Maar ach, dat duurt maar drie tellen. Gelukkig waren de foto’s direct gelukt, anders had ik nog eens in de herhaling gemoeten.

Vervolgens sta je na vijf minuten plotseling weer enigszins verfomfaaid buiten, want allergehaast heb je jezelf weer aangekleed. En hoop je maar weer dat die uitslag van deze tietenpletsessie voorspelbaar goed blijkt. Al blijft het dan toch nog wel even je adem inhouden voor een weekje of twee. Maar daar kunnen louter twee beren op de weg ook niets aan doen.