Mijn wappiesvlucht

Een jaar geleden had ik nog leuk vrijwilligerswerk, totdat corona zijn gruwelijke intrede deed. De leidster van dat vrijwilligerscentrum bleek zo’n onnavolgbare wappie te zijn, hetgeen mij achteraf nog het meest heeft verbaasd. Maar iemand kan dan blijkbaar veranderen, of laat ik het zo stellen, waarschijnlijk wist ik nog niet goed genoeg wat er leefde bij die dame.

Want wat als je gezellig, schijnbaar luchtig en op mijn ietwat oppervlakkige niveau, koffie zit te drinken met die anderen en plotseling word je geconfronteerd met allerhande complottheorieën? Ineens wist ik niet waar ik kijken moest. Ik ging er dan ook niet met volle kracht tegenin. Ik liet het eerder wat over me hee waaien en dacht, ‘het is zo’n bui, die wel overgaat’.

Misschien had ik gelijk op de remmen moeten trappen? Want de volgende keren dat we weer eens schijnbaar gezellig koffiedronken kreeg ik opdrachten mee, toen ik in wel in ’t verweer kwam. Ik ‘moest’ op Internet gaan zoeken naar onderwerpen als “Bill Gates en rechtszaken die tegen hem liepen” en ook overige complotten, die lukraak te vinden zijn op ons oh zo mooie en geweldig vrije Internet. En onze regering, ja die was er op uit om volledige macht op ons uit te kunnen oefenen, middels 5G natuurlijk en ook andere inperkingen van onze prachtige (voorheen) vrijheid. Joh.

Natuurlijk zei ik direct dat ik geen tijd had voor die onzin, en wel wat beters te doen had. Maar dat is blijkbaar toereikend genoeg voor die ander om je dan een ‘mak schaap’ te noemen, die louter de mainstream media wil volgen en de ogen sluit voor al het overige (leed).

Op het laatste moment, dat in dit geval na zo’n 4 à 5 keer koffieleuten, was ik het zo zat dat ik die leidster vroeg of ze zelf nou niet een beetje in een depressie schoot van al deze vermoeienissen des levens? Zonder zelf dat psychologiediploma op zak te hebben, komen die verhalen me immers als een psychosegesteldheid voor. Maar ze keek me ietwat verdrietig aan en zei, dat ze: “Gelukkig nog strijdbaar genoeg was!” om daarna de Tweede Wereldoorlog als onderwerp in dit gesprek toe te voegen. En dat betekende voor mij dat de maat vol was. Volledig. Ik ben opgestaan en heb het pand verlaten. Zonder nog gedag te groeten, overigens.

Dezelfde avond nog ben ik al mijn vrijwilligerswerk bij deze instantie gestopt. Met pijn in ’t hart, en dat leeft blijkbaar nog steeds, zeer sterk, bij me. Ergens had ik vanzelfsprekend liever een ander eind bedacht voor deze situatie. Helaas, ’t is niet anders en heeft het zo moeten lopen. En achteraf verbaast me mijn eigen resolute actie in dezen me nog het meest. In positieve zin.

Een glazige blik

Je zult maar Bill Gates heten, dezer dagen. Nee, ik ken de beste man natuurlijk niet, althans niet persoonlijk, maar als ik alle ‘roddels’ over hem, een mogelijke vaccinatie tegen het Coronavirus en o.a. ook 5G, moet geloven dan besloot ik terstond dat een suïcide de enige oplossing is. Voor mij geldt dat dan weer net niet, maar ik word wel een beetje moe én spontaan depressief van die #viruswaanzinnige mededelingen, die je – zelfs – ongevraagd om de oren worden geslagen.

Ik meet mezelf dan voor even een glazige blik aan. Zo een van: verstand-op-nul en laat die ander maar even krakelen. Het moet er blijkbaar even uit, en ik kan nadien toch weer even storm afblazen door het gewoon van me af te schrijven en er vervolgens klaar mee te zijn. 

Deze #viruswaanzinnigen werpen zich niet alleen voor zichzelf op, maar ook voor onze kinderen, en de kinderen daar weer van, zeggen ze. Iets in de trent van hoe onze kinderen’s kinderen aan klompen moeten komen. Welnu, daar hebben wij binnen ons gezin een uitvinding op gevonden; ‘ze zoeken het zelf maar uit.’ Dat deden mijn voorouders immers ook, toen men die gruwelijk angstige ontwikkelingen met betrekking tot de komst van de trein, de Spaanse griep, het vliegtuig, en ja zelfs de computers, moesten zien te overleven. Wellicht dat ‘onze’ kinderen én kleinkinderen daar weer briljante oplossingen voor vinden? Ik acht ze ertoe in staat.

Op één punt geef ik ze gelijk, want die overdreven ontsmettingen overal kunnen alleen een bacterie doden, maar toch net niet dat Coronavirus. Maar ik wil dan wel snappen dat een anderhalve meter afstand van belang is om tenminste die #viruswaanzinnigen op afstand te houden, al menen zij dat dat absoluut niet nodig is. Ik pleeg dan te zeggen dat ik mijn oude moedertje met astma niet graag op de IC zou willen zien, waarna ik zelf op minstens drie meter afstand wegdeins.

En als dat én mijn glazige blik hen min of meer niet genoeg vertelt, dan is daar altijd nog die tijdelijke ‘mute’-knop op Facebook. Zodat je ze niet al te hard – persoonlijk – voor het hoofd stoot door ze te ontvrienden, want ik wil hun situatie immers niet nog meer verergeren. Pun intended.

Voorbij de wc-rollen: supermarktlol

Ik kan binnendoor richting de Jumbo. Alleen daarom al, meen ik nooit meer te willen verhuizen, want ik vergeet nogal eens wat. En met deze Coronashit, was het ook gewoon prettig als je je helemaal moederziel alleen op dat eilandje waande, en dan louter naar beneden kon gaan om even tussen de gewone mensheid te verkeren. Al lijkt die mensheid daar beneden wel iets te zijn veranderd. Gek genoeg.

Elke dag heb ik wel iets nodig. En dan neem ik de lift naar beneden, en via twee extra deuren ben ik dan buiten, in de hal vóór de Jumbo. En zie ik daar mensen al als vliegen om elkaar heen draaien om een gedesinfecteerde trolley te bemachtigen. Diezelfde mensheid die je met argusogen aankijkt, of jij je wel aan de anderhalve meter afstand houdt.

Laatst snauwde iemand verongelijkt tegen me, dat ik dat niet deed. En kon ik het niet laten om terug te bitchen:
‘Tjonge, jonge, als u niet plotseling die stap achteruit zet, is er niets aan de hand!’

Zo gaat dat elke gang in de supermarkt maar door. Zodra jij je, voorbij die nieuwe trend bij de ingang om hoge wc-rollen-bergen te bouwen, begeven hebt, dat is.

Er zijn ook mensen die wat meer lol in hun leven willen hebben, die lachen je toe of geven je dan een knipoogje en zie je met hun mond de term: ‘Sorry!’ fluisteren.

Naast dat ongelooflijke hamsteren van al die wc-rollen, mis ik nog steeds artikelen die blijkbaar niet kunnen worden aangevuld. De Opkikker met tomaatsmaak, namelijk. En dat doodgewone potje rode kool van Hak. Die kleinste, die kan ik net op, als ik het in mijn kleinste pannetje even op hitte breng. En Wasa-crackers zijn blijkbaar ook té geliefd.

In het begin van deze Coronaperiode dacht ik werkelijk waar dat ik in een of andere Derde Wereld land was beland, zo veel vakken die niet werden of konden worden aangevuld.

Al schrik ik toch steeds weer van de kassabon, als ik weer eens te veel artikelen in die trolley heb menen moeten te gooien. Dan nog blijken de caissières de uiteindelijke opluchting, want blijven vriendelijk. Wat ik met deze hachelijke maatschappij nogal hoog aansla. Dan durf ik tenminste nog een keer terug te komen.

Blijkbaar is het nog even afwachten totdat er ook zuurstof – naast de onmogelijk dure mondkapjes – verkocht zal worden. Dan kan ik nadien gelijk aan de beademing om bij te komen. En dat niet louter na een blik op die kassabon…

p.s. Deze tekst schreef ik naar aanleiding van de mini-weblogmeeting die ik had met Suffie.nlZijperspace.nl en Maanisch.com! Tijdens die meeting besloten we om, for old times’ sake, weer eens een stukje over de supermarkt te schrijven.

Planken

Tot mijn veertigste was er nog niets aan de hand. Mijn buik leek strak, en ik had tot die tijd nog zo goed alle verleidingen weten te weerstaan, al was het dan wel verdraaide moeilijk gebleken. Als rechtgeaarde kwart-Belg hou ik immers iets te veel van friet. En bitterballen, dat ook.

Maar toch, ik zou never nooit niet tot die vrouw verworden met een slappe buik, té dik, en schijnbaar uitgezakt voor het leven. Past niet bij mij. En dat zat niet in mijn Karma. Dacht ik. Misschien wel in mijn genen, maar dan nog. Het zou mij niet overkomen.

Mijn buikspieren dachten sindsdien, ‘bekijk het maar, als je ons zo verwaarloost, dan gaan we wel nutteloos hangen als een treurwilg, omdat ze al dagen aandacht en water moet ontberen.’

Soms vind ik mijn eigen spiegelbeeld dan ook wat verwaarloosbaar. Met recht. Echt naakt zul je me daar niet voor aantreffen. Misschien alleen om te zien, of het echt al tijd is om actie te ondernemen. Maar ik denk dan niet in acties als ‘planken voor het leven’, nee. Ik denk aan afvallen, en de huisarts net zo lang lastig vallen met mijn zielige buikwand, totdat hij me doorverwijst naar een goede liposuctie-chirurg.

Want hee, je moest ‘es hard aan de slag. Je moest ‘es een poging wagen om die luie buikspieren weer werkzaam te krijgen.

Toch, ergens… en stiekem vind ik dat liposuctie-gebeuren toch ook wel weer een beetje eng. Heb ooit eens zo’n ‘operatie’ gezien, en ze gaan bepaald niet luchtig en lichtvaardig om met zo’n buik. Nee, er gaan slangen in, die hardhandig al dat vet er uit moeten zuigen. Dat pompt, rukt, en trekt dat het een lievelust is. Volgens mij voel je je nadien beslist geradbraakt. En ook dodelijk vermoeid. Nee, toegegeven, ik weet niet of ik dat wel moet willen. Al lijkt het dan ’the easy way out’.

Want hee… ik weet dus niet wat erger is. Je zelf gaan vermoeien met een hachelijke dagelijkse training met de 15 beste buikspieroefeningen ooit of… toch maar smeken om een liposuctie.

Dus voordat ik mezelf naar een huisarts begeef voor dat vurig gewenste verwijsbriefje, ga ik dan, denk ik, toch maar eerst aan die begerenswaardige buikwand werken. Al zal dat wat bloed, zweet en tranen gaan kosten.

Ik en mijn buikspieren zijn dat wel waard.

Coronadagboek, dag 35

Kocht gisteren, met het vooruitzicht op een hopelijk warme zomer, een mooie plafondventilator. Totdat ik vannacht gillend wakker werd, was er nog niets aan het handje. Maar werd in lichtelijke paniek (lees: ik had een nachtmerrie), omdat ik eerst mijn plafond eens moeten witten. Arghhhtttt. Allez oeps, gelijk de daad bij het woord gevoegd en de gordijnen eraf en in de wasmachine gedaan.

In eerste instantie word je dan overweldigd door het invallende licht van buiten. Hoera! Wat leuk, zo, zonder gordijnen. Ik neem me nu voor, louter lichte vitrages te zullen ophangen als ik eenmaal klaar ben.

Maar na een kritischer blik, constateerde ik dat mijn jarenlange stompzinnige roken een viezig laagje nicotine heeft achtergelaten. Niet alleen aan het plafond, maar aan de kozijnen, deuren, en you name it, overal. Ook dát zal allereerst aan een danige schoonmaakwoede onderworpen moeten worden.

Ik baal altijd van dit soort klussen als ik dat in mijn up moet regelen.

Ik begin namelijk altijd keurig netjes. En als het me te lang duurt, dát is, als ik niet snél genoeg resultaat zie, dan word ik ongeduldig, en raffel het vervolgens af. Ik denk dan altijd iemand naast me nodig te hebben, die me een schop geeft, zodra ik de neiging krijg iets te verknoeien.

Ik heb alleen maar mezelf ermee, spreek ik mezelf eens ernstig toe.

En aangezien ik mezelf deze periode beslist nuttig kan maken, vooral in het kader van het opknappen van mijn woning, kan ik alle tijd nemen die ik wil.

Toch aarzel ik, vooraleer ik überhaupt begin. Ik zie dan te veel beren op de weg. Voornamelijk dus, omdat ik niet kan overleggen waar te beginnen.

Al zijn de gordijnen dan in ieder geval veilig in de wasmachine beland en ik me nu mentaal prepareer op wat komen gaat, wenste ik heel even dat ik reeds klaar was.

Mijn opa zaliger riep altijd ter troost: “Ach, het is nooit zo kant en klaar, of het hapert hier of daar…” En daar zal ik me dan maar op toeleggen… :-p